De kern: vechten of vluchten

In de discussie over wat agressie precies is en waar het gelokaliseerd is in de mens, kun je grofweg drie posities onderscheiden: (a) de mens heeft een drift tot agressie en dat moet zijn loop hebben (Darwin, Lorenz), (b) de mens bezit het vermogen tot agressie, is in de kern altruïstisch, maar wordt door omstandigheden verleid tot agressief gedrag (de Waal en anderen), en (c) de mens bezit het vermogen tot agressie en heeft zichzelf agressief gedrag aangeleerd (onder meer Dollard).

Tussen deze drie posities, enigszins neutraler van toon, vind je de visie van Fromm, Ashley en anderen. Het is een breed gesteunde visie die recht doet aan vrijwel alledrie de visies, in het bijzonder die van Frans de Waal. Hieronder vind je een stuk uit Anatomie van de menselijke destructiviteit van de hand van Erich Fromm.

Hersenfuncties en agressief gedrag

Het onderzoek naar de verhouding tussen hersenfunctie en gedrag stond aanvankelijk sterk onder invloed van Darwin's stelling, dat de structuur en het functioneren van de hersenen worden beheerst door het principe van instandhouding van het individu en de soort.

Later hebben de neurofysiologen vooral geprobeerd de hersengebieden te vinden die het substraat vormen van de meest elementaire impulsen en gedragingen die nodig zijn voor het overleven. Iedereen is het eens met de conclusie van McLean, die als de vier basismechanismen van de hersenen noemt: "voeden, vechten, vluchten. . . en seksuele activiteiten" (1958). Het is duidelijk dat deze activiteiten van levensbelang zijn voor de lichamelijke instandhouding van het individu en de soort. …

Het werk van een aantal onderzoekers - Hess, Olds, Heath, Delgado en anderen - doet vermoeden dat agressie en vluchtgedrag worden "gecontroleerd" door verschillende neuronale gebieden in de hersenen.

Zo is aangetoond dat de affectieve reactie van woede en het daarmee corresponderend agressief gedragspatroon geactiveerd kunnen worden door directe elektrische stimulering van verschillende gebieden, als de amygdala, de laterale hypothalamus, bepaalde delen van de middenhersenen en de centrale grijze stof, terwijl ze geremd kunnen worden door stimulering van andere structuren, zoals het septum, de cingulum-winding en de staartkern.

Met een groot chirurgisch raffinement plantten onderzoekers elektroden in een aantal specifieke hersengebieden. Zij brachten voor hun observaties een tweeweg-verbinding tot stand. Door geringe elektrische stimulering van een bepaald gebied konden zij gedragsveranderingen bestuderen bij dieren en later ook bij mensen.

Zo konden zij hevig agressief gedrag opwekken door rechtstreekse stimulering van bepaalde gebieden, en deze agressie konden ze afremmen door stimulering van andere gebieden. Anderzijds konden zij de elektrische activiteit van deze hersengebieden meten terwijl door milieustimuli emoties zoals woede, angst en genot werden opgewekt. Ook konden zij de blijvende gevolgen waarnemen van vernietiging van bepaalde hersengebieden.

Dat een reactie in bepaalde hersengebieden wordt geactiveerd en in andere geremd, is beslist niet alleen kenmerkend voor agressie; dezelfde dualiteit zien we ook bij andere impulsen. De hersenen zijn georganiseerd als een dualistisch systeem. Zijn er geen specifieke stimuli (uitwendige of inwendige), dan verkeert de agressie in een staat van dynamisch evenwicht: activerende en, remmende gebieden houden elkaar in een relatief stabiele balans. …

Gegeven deze dualistische organisatie van de hersenen, rijst de vraag: welke factoren verstoren de balans en ontketenen manifeste woede, gepaard gaande met gewelddadig gedrag? Zoals we zagen, is naast hormonale en metabole veranderingen ook elektrische stimulering of vernietiging van een remmend gebied een manier waarop het evenwicht kan worden verstoord. Ervin wijst erop dat verstoring van het evenwicht ook kan ontstaan door verschillende hersenziekten die de normale hersenwerking veranderen.

Maar wat zijn, buiten de twee genoemde gevallen waarvan het ene een experimenteel en het andere een pathologisch karakter draagt, de voorwaarden die het evenwicht verstoren en agressie mobiliseren? Wat zijn de oorzaken van "aangeboren" agressie bij dieren en mensen?

Vechten en vluchten als defensieve reacties

Bij lezing van zowel de neurofysiologische als de psychologische literatuur dringt zich de conclusie op dat agressief gedrag van dieren een reactie is op iedere levensbedreiging, of, zoals ik het liever wat algemener zou willen zeggen, op elke bedreiging van de levensbelangen van het dier - als individu of als lid van zijn soort. Deze algemene definitie verwijst naar talrijke verschillende situaties.

Het duidelijkst is de directe bedreiging van het leven of van al wat het individu nodig heeft voor seksualiteit en voeding; een meer complexe vorm is crowding, waardoor de onontbeerlijke fysieke ruimte en/of de sociale structuur van de groep wordt bedreigd.

Maar alle voorwaarden voor opwekking van agressief gedrag hebben gemeen, dat zij levensbelangen bedreigen. In de desbetreffende hersengebieden wordt agressie gemobiliseerd tot behoud van leven, als reactie op bedreiging van de instandhouding van het individu of de soort.

Anders gezegd: fylogenetisch geprogrammeerde agressie, zoals ze bestaat bij dieren en mensen, is een biologisch adaptieve, defensieve reactie. Dit is niet verwonderlijk, als we het principe van Darwin betrekken op de evolutie van de hersenen. De hersenen hebben als functie te waken over de instandhouding van het leven, en zorgen dus voor onmiddellijke reactie op iedere bedreiging van het leven.

Agressie is zeker niet de enige reactie op bedreiging. Het dier reageert op bedreiging van zijn bestaan met woede en aanvallend gedrag, of met angst en vlucht. De meest voorkomende reactie lijkt toch wel de vlucht, tenzij het dier geen kans heeft om te vluchten en dus vecht - als laatste redmiddel. Hess ontdekte als eerste dat, bij elektrische stimulering van bepaalde gebieden in de hypothalamus van een kat, het dier reageerde óf met aanval óf met vlucht.

Daarom vatte hij deze twee soorten gedrag samen onder de categorie "defensieve reactie", daarmee aangevend dat beide reacties gericht zijn op verdediging van het leven. De neuronale gebieden die het substraat vormen voor aanval en vlucht liggen vlak bij elkaar, maar het zijn aparte gebieden.

Op het pionierswerk van Hess, Magoun en anderen zijn vele studies gevolgd … (en) de belangrijkste bevindingen van Hess worden er wel degelijk door bevestigd. Mark en Ervin vatten de huidige stand van het onderzoek als volgt samen:

'Er zijn twee gedragspatronen volgens welke ieder dier, ongeacht zijn soort, reageert op een levensbedreigende aanval. De reactie is ofwel de vlucht, ofwel agressie en geweld, dat wil zeggen: vechtgedrag. Bij het reguleren van elke vorm van gedrag werken de hersenen als een eenheid; de mechanismen in de hersenen die de twee verschillende patronen van zelfbehoud initiëren en beperken zijn nauw verbonden met elkaar en met alle andere delen van de hersenen; de vraag of ze op de juiste wijze functioneren hangt dus af van de synchronisatie van talloze complexe en zorgvuldig uitgebalanceerde subsystemen .' (1970)

Door de gegevens over vechten en vluchten als defensieve reacties komt de instinctivistische agressietheorie in een heel ander licht te staan. De impuls tot vluchten speelt, zowel neurofysiologisch gezien als bezien vanuit de gedragswetenschappen, een zelfde - zo niet grotere - rol in het diergedrag als de impuls tot vechten. Neurofysiologisch worden beide impulsen op dezelfde manier geïntegreerd; er is geen reden om te zeggen dat agressie "natuurlijker" is dan vlucht.

Waarom praten instinctivisten dan over de intensiteit van aangeboren agressie-impulsen en niet over de aangeboren vluchtimpuls? Als we hun betoog over de vechtimpuls veranderden in een betoog over de vluchtimpuls, kregen we uitspraken als: "De mens wordt gedreven door een aangeboren impuls tot vluchten; hij zal proberen deze impuls te beheersen met zijn verstand, maar die beheersing zal niet erg efficiënt blijken, al zijn er wel middelen te vinden die de kracht van het 'vluchtinstinct' inperken.". (Vervolg in volgende kolom)

Vervolg

Er wordt zoveel aandacht besteed aan aangeboren menselijke agressie als ernstig sociaal probleem - in godsdienstige verhandelingen en zelfs in het wetenschappelijk werk van Lorenz - dat een theorie die zich richt op het "niet te beheersen vluchtinstinct" van de mens wat vreemd aandoet; toch zou een dergelijke denkwijze vanuit neurofysiologisch oogpunt gezien even goed te verdedigen zijn als een theorie over "niet te beheersen agressie".

Biologisch gezien lijkt vluchten zelfs een beter middel tot zelfbehoud dan vechten. Deze gedachte zal politieke en militaire leiders zeer aannemelijk voorkomen. Zij weten immers uit ervaring dat de menselijke natuur niet geneigd is tot heldendom, en dat het heel wat moeite kost iemand te motiveren tot vechten en te voorkomen dat hij de benen neemt om zijn leven te redden.

Historici zouden eens na moeten gaan of het vluchtinstinct niet een minstens zo sterke factor is geweest in de geschiedenis als het vechtinstinct. Misschien zou blijken dat de geschiedenis meer bepaald is door de poging het "vluchtinstinct" van de mens te onderdrukken dan door instinctieve agressie. ...

Met deze speculaties wil ik alleen wijzen op de ethologische vooringenomenheid voor het idee van de Homo agressivus. Het basisgegeven blijft staan: de hersenen van dieren en mensen hebben ingebouwde neuronale mechanismen die agressief gedrag (of vlucht) mobiliseren als reactie op bedreiging van de instandhouding van het individu of de soort, en dit type agressie is biologisch adaptief en dient het leven.

Erich Fromm in: Anatomie van de menselijke destructiviteit, vertaling: Jos Tielens ea, Bijleveld 1987.