Rutger Kopland
Rutger Kopland (pseudoniem van Rutger H. van den Hoofdakker, geboren in 1934) is een van Nederlands bekendste en geliefdste dichters. Hij debuteerde in 1966 en heeft sindsdien een dertiental bundels geschreven.
Het gedicht hieronder, schreef hij zo rond 1970, toen de koude oorlog al iets over het hoogtepunt heen was. Boekowsky (niet te verwarren met Bukovsky, de Amerikaanse schrijver) was een Russische dissident en zat jaren in kampen.
Haat gaat gekleed als vreedzame mensen
Voor Boekowski
I
Ze willen ons hier doen geloven, Boekovski,
dat wij in een betere wereld leven, en jij
bent hun bewijs. Wees blij, zeggen ze.
Wees blij dat je mag zeggen wat Boekovski
zegt, jij hebt de vrijheid van het woord.
En zij geloven dat. Het is een leugen.
Het is een wereld van leugens, Boekovski,
waarin wij moeten geloven. Wij moeten blij
zijn met deze mus. Want woorden zijn
dode mussen, Boekovski, in de handen
van hen die je vingen, daar en hier.
II
Het leek zo ver vandaag, Boekovski,
het lag er zo mooi bij, het land waarvan
ik hou; alles wat ik haat leek ver.
Maar wat is ver? Heide, kou, een hemel
voor jenever en achter de ruiten oude-
hoeren met een wijf van wie je houdt,
zeker, ik kon zeggen wat ik wilde, dankzij
een hart vol mensen pratend
tegen de lucht, achter prikkeldraad.
Haat gaat gekleed als vreedzame mensen,
in togas, maatkostuums en corduroy.
Haat ziet er heel gewoon uit.
Onder je rechters zijn wereldhervormers,
de werkende klasse wacht niet op jou, maar
op hen. Zoals ze wachtten op god ja.