Begin jaren '90 schreef ik een tijdlang korte verhaaltjes (maximaal 250 woorden en drie alineas) over Opa Bos. Een vriend, Matthijs Muller, maakte er grafiek bij. Hieronder een selectie verhaaltjes.
De banaan
Gisterochtend, mijnheer Bos wandelde met Pluk de hond in het park, schoot een brutaal jongetje hem aan en vroeg: "opa Bos, waarom zijn de bananen krom?" En dat was een probleem voor mijnheer Bos want hij wist geen antwoord. De jongen lachte hem uit, "domme opa Bos", hoorde hij nog. De rest van de dag - en nacht want hij kon er zelfs niet van slapen - overpeinsde mijnheer Bos waarom bananen krom zijn. Vaag stond hem iets bij van vroeger, toen hij nog jong was en zéker wel het antwoord had geweten. Maar dat was vroeger, lang geleden.
Vandaag, na zijn ontbijt, besloot hij het maar aan buurvrouw Sanne te vragen want zíj, wist hij, is een intelligent mens. En nadat hij zich had aangekleed, belde hij bij haar aan en vroeg: "buurvrouw Sanne, weet jij waarom bananen krom zijn?" Ze antwoordde niet, keek hem alleen maar onderzoekend aan. Dan voelde ze even zijn voorhoofd, en zei: "je gaat toch niet malen?"
Mijnheer Bos werd door Eva naar huis gebracht - "hij kan níet alleen over straat", had Sanne haar gezegd – die hem onderweg nogal snibbig toevoegde: "opa Bos, iedereen wéét waarom bananen krom zijn, dat hóef je niet te vragen. U bent gék." Mijnheer Bos had haar bedremmeld aangekeken. Hij bleef de rest van de dag binnen, de gordijnen angstvallig dicht.
Binnen en buiten
Opa Bos keek vanuit zijn luie leunstoel naar buiten en dacht: waarom is het aan de andere kant van het glas altijd zoveel mooier. Hij wist dit omdat als hij buiten was en door het raam naar bínnen keek, hij het daar binnen veel mooier vond dan buiten. En als hij, zoals nu, binnen zat en naar buiten keek, was het dáár mooier. Eens, op een dag, was hij wel tien maal op en neer gelopen - buurvrouw Sanne wist niet wat ze zag - maar het verschil bleef. Mopperend had hij zich erbij neergelegd.
Vanochtend echter was opa Bos dwars. Hij pakte een grote klauwhamer en tikte, een hand voor de ogen, het onderste ruitje van het raam in en keek. Nog steeds was het buiten mooier, zag hij. Boos sloeg hij de andere elf ruitjes in en keek weer. Er was níets veranderd. Aan het eind van de middag zat hij daar, doodmoe, in z'n luie leunstoel en keek naar buiten. De voorgevel was weg en er lag een enorme berg puin in de tuin maar tóch was het daar nog altijd mooier. Mijnheer Bos moest bijna huilen van boosheid.
Toen kreeg opa Bos een idee. Hij sjorde de leunstoel naar waar eens de gevel gestaan had en ging zitten. Hij was zielstevreden: waar hij ook keek, het was overal even mooi. Hoewel, dacht hij vaag, zoveel moois, misschien moest ik de ogen maar dicht doen.
Water tellen
Op een middag een paar maanden terug was opa Bos juist water aan het tellen toen er gebeld werd. Dat vond hij niet leuk maar, bedacht hij spijtig, het was zijn eigen schuld want hij was domweg vergeten het bordje niet storen op te hangen.
Het was buurvrouw Sanne die hem iets wilde vragen maar dat vergat toen ze zag waarmee hij zich bezig hield. `Vind je dit geen rare bezigheid voor een man van jouw leeftijd?', vroeg ze enigszins streng. Hij keek haar gepikeerd aan en antwoordde: `wat is het verschil tussen jouw breien en mijn water tellen?' Ze dacht diep na en zei dan: `ik brei niet, dat is ouderwets.' Maar opa Bos liet zich niet zo makkelijk vangen. `Mijn moeder en grootmoeder wel, en die van jou ook', zei hij, trots dat hij een antwoord had. Buurvrouw Sanne ging weg, ze wist niets meer te zeggen.
Tegenwoordig belt buurvrouw Sanne wel eens aan bij mijnheer Bos en vraagt hem dan of hij misschien van plan is die dag water te gaan tellen. Vaak zitten ze even later tevreden bij elkaar in de huiskamer, zij breiend en hij tellend. Hij doopt dan een theelepeltje in een glas water en laat dat op een schoteltje uitdruppen.
Meestal levert dat twee druppels op maar soms, als hij hard schudt, drie of vier. Je moet dan wel oppassen dat die laatste twee niet zomaar op de tafel vallen, weet opa Bos, want dat geeft enkel maar kringen.
Vakantie
Vandaag, bedacht opa Bos toen hij opstond, neem ik vakantie. - Natuurlijk heeft mijnheer Bos altijd vrij, maar soms benoemt hij een dag gewoon tot vakantie, 'om niet te verdwalen', legde hij wel eens uit. En nadat hij zich had aangekleed, haalde hij de doos Mecano van zolder en bouwde midden in de huiskamer een grote, hoge, geperforeerde stoel. Hij had er bijna alles uit de doos voor nodig. 'Dit is pas écht vakantie', juichte hij aldoor.
Toen de kolossale stoel af was, liep hij er, nieuwsgierig gevolgd door Pluk de hond en Griezel de poes, een paar maal peinzend omheen. 'Wat nu?' vroeg hij zich af. En eindelijk, na twee uur, wist opa Bos het. Hij vlocht zich van de overgebleven strips een mijter, zette die op, en kroop op de stoel. Dan ging hij gebukt staan, de mijter raakte net het plafond, en riep naar de hond en kat die belangstellend naar hem opkeken: 'ik ben de God.' Maar toen Pluk en Griezel niet reageerden, haalde hij de schouders op en zei beledigd: 'nou ja, een beetje dan.'
Aan tafel bij het avondmaal, als de dieren zomaar willen beginnen met eten, zegt hij hen bestraffend: 'als jullie er maar wel aan denken dat je eerst bidt, dat blijft.'
Geluk te koop
Driemaal per jaar, op geluksdag, verkoopt mijnheer Bos geluk. Dan trekken hij en Pluk de hond erop uit met het winkelwagentje met daarin de papieren puntzakken en het grote vat waar buurvrouw Sanne vorig jaar nog in witte letters GELUK, 25 CENT PER KILO op geschilderd heeft.
Wanneer hij dan zomaar ergens stopt en belt, drommen de mensen al snel om hem heen. En als iemand twijfelt hoeveel te nemen, roept hij tevreden: 'neem maar wat je wilt, als je het te duur vindt doe ik er wel wat bij.' - Het eerste jaar, voordat duidelijk werd dat de mensen dat niet vertrouwden, gaf opa Bos geluk zelfs helemaal grátis weg.
Maar gisteren klaagde een man - mannen zijn, weet opa Bos uit ervaring, altijd wat lastig hierin - dat het er zo vies uitzag in die bruinpapieren zak. Hoe durfde opa Bos dit zomaar te verkopen? Misschien was het wel bedorven! Mijnheer Bos was hierover de rest van de dag behoorlijk van streek geweest. Gelukkig had buurvrouw Sanne 's avonds een lumineus idee. 'Je gaat het per portie vacuüm verpakken, dan heb je die vieze ton ook niet meer nodig,' zei ze. Maar opa Bos twijfelde. 'Waar blijft dan de geur?', vroeg hij zich af.
Tekst: Peter Spelbos
Grafiek: Matthijs Müller
© PS & MM 1993-2007