Fromm: Liefde als kunst en kunde

"Is liefhebben een kunst? Zo ja, dan zijn kundigheid en inspanning vereist om deze kunst te leren beheersen. Of is liefde slechts een prettige sensatie, een ervaring die ons alleen maar toevallig ten deel valt als we geluk hebben? - In dit boek gaan wij uit van het eerste standpunt, hoewel de meeste mensen ongetwijfeld de tweede opvatting zijn toegedaan.

Dit betekent niet dat deze mensen liefde onbelangrijk zouden vinden. Zij hongeren naar liefde, zij kijken naar ontelbare films over gelukkige en ongelukkige liefdes, zij luisteren naar de stroom van sentimentele liedjes over liefde - en toch wil bijna niemand aannemen dat je echt iets moet doen om te leren liefhebben.

Aan deze opvatting ligt een aantal veronderstellingen ten grondslag die, elk op zich of in combinatie, ertoe bijdragen haar in stand te houden. De meeste mensen stellen zich vóór alles de vraag hoe zij erin kunnen slagen door anderen bemind te worden, in plaats van zich af te vragen hoe zij zelf hun eigen vermogen tot liefhebben kunnen ontwikkelen. Dus is hun probleem hoe zij kunnen tonen een attractieve partner te zijn.

Om dit doel te bereiken, volgen zij verschillende wegen. De weg die vooral door mannen wordt gevolgd, loopt via het succes, het verwerven van zoveel macht en rijkdom als mogelijk is bij hun maatschappelijke positie. Vrouwen hebben dikwijls getracht via een andere weg hun attractiviteit te verhogen; zij streven naar een zo groot mogelijke bekoorlijkheid, bijvoorbeeld door kosmetische verzorging, smaakvolle kleding, en dergelijke.

Er zijn natuurlijk nog tal van andere manieren waarop zowel mannen als vrouwen zo aantrekkelijk mogelijk proberen te zijn, bijvoorbeeld door hoffelijke omgangsvormen, interessante conversatie, behulpzaamheid, bescheidenheid, goedmoedigheid of meegaandheid. Veelal poogt men zich op dezelfde wijze "beminnelijk" te maken als maatschappelijk succes te boeken: door zoals dat heet "vrienden te winnen en invloed op mensen uit te oefenen. Wat door de meeste mensen in onze cultuur onder beminnelijkheid wordt verstaan, komt in wezen neer op een mengeling van populariteit en sex-appeal.

De overtuiging dat men liefhebben niet kan leren, steunt bovendien op de veronderstelling dat het alleen gaat om het vinden van het juiste object en niet om de ontwikkeling van een talent. Veel mensen denken immers dat liefhebben eenvoudig is, maar dat het moeilijk is om de "ware Jakob" te vinden, die men kan beminnen of door wie men bemind kan worden. - Verschillende factoren in de ontwikkeling van de moderne samenleving hebben tot deze houding geleid.

De eerste factor is de grote verandering die zich in de twintigste eeuw heeft voltrokken ten aanzien van de keuze van het "object der liefde". In de victoriaanse tijd en in tal van vroegere culturen werd aan de liefde als spontane persoonlijke beleving nauwelijks kans gegeven te leiden tot een officiële verbintenis. De huwelijksovereenkomst werd integendeel, volgens strakke traditionele regels, gesloten door de wederzijdse families, of door een huwelijksmakelaar, en zelden zonder de hulp van zulke tussenpersonen. Het huwelijk kwam in elk geval tot stand op grond van maatschappelijke overwegingen, waarbij men veronderstelde dat de liefde vanzelf zou ontstaan als het paar eenmaal, door een plechtige inzegening, in de echt was verbonden.

Sinds enkele generaties is in de westerse wereld evenwel de romantische liefde vrijwel gemeengoed geworden. Hoewel nog steeds conventionele overwegingen niet geheel ontbreken bij de speurtocht naar levenspartners, zoeken de meeste mensen naar een "romantische liefde", naar een persoonlijk liefdesavontuur dat dan tot een duurzame relatie kan leiden. Deze nieuwe opvatting van vrijheid in de liefde heeft sterk het belang van het object benadrukt, waardoor liefhebben als functie aan betekenis heeft ingeboet.

Nauw verwant met deze factor is een tweede karakteristiek kenmerk van de hedendaagse samenleving. We leven in een cultuur van consumentisme, waar de voornaamste drijfveer van onze activiteit schijnt te bestaan uit het opwekken danwel bevredigen van kooplust, uit het verlangen een voor beide partijen gunstige ruil te doen. Het geluk van de moderne mens wordt gevonden in de kick die men krijgt bij het bekijken van etalages en in het zoveel mogelijk kopen, contant of op afbetaling. En zoals men vol verlangen naar de fraai uitgestalde waren kijkt, zo is men, op dezelfde manier taxerend, de medemensen gaan bezien. De man zoekt een aantrekkelijk meisje, de vrouw een aantrekkelijke vent. Onder "aantrekkelijkheid" wordt dan in het algemeen verstaan dat de begeerde persoon beschikt over goed zichtbare eigenschappen waarnaar veel vraag is op de persoonlijkheidsmarkt.

Wát iemand, zowel lichamelijk als geestelijk, aantrekkelijk maakt, wordt bepaald door de heersende mode. In de jaren twintig was een pittig, sexy type meisje in trek, dat ongeneerd flirtte, rookte en dronk, en bepaald niet op haar mondje was gevallen. Later kwamen huiselijkheid en zedigheid meer in de mode, tegenwoordig weer zelfbewustzijn en geëmancipeerdheid. Aan het eind van de vorige en in het begin van deze eeuw moest een man agressief en eerzuchtig zijn; tegenwoordig verlangt men van hem meer dat hij sociaalvoelend en verdraagzaam is. …

De derde factor die leidt tot de opvatting dat ten aanzien van de liefde niets hoeft te worden geleerd, komt voort uit het feit dat men niet weet te onderscheiden tussen de aanvankelijke beleving van tot over je oren verliefd worden ("falling in love") en de permanente toestand van in liefde samen te leven ("being in love").

Als twee mensen die - zoals wij allen - vreemden voor elkaar waren, plots beleven dat de muur die hen scheidde wegvalt, waardoor zij zich dicht bijeen, ja zelfs één voelen, dan is dit ogenblik van in elkaar opgaan een van de heerlijkste, een van de opwindendste levenservaringen. …

Dit soort liefde is echter, naar zijn aard, niet duurzaam. De twee verliefde mensen zullen voor elkaar steeds meer "bekenden" worden, hun intimiteit verliest steeds meer het aanvankelijk wonderbaarlijke mysterie. Op den duur zal dat wat overbleef van hun oorspronkelijke roes gesmoord worden door onenigheid en ruzie, door teleurstellingen en door wederzijdse verveling. Maar in het begin weten de zo hevig verliefden nog niets van wat hun te wachten staat. Voor hen bewijst hun innige passie, het "gek" zijn op elkaar, dat zij elkaar intens liefhebben, terwijl die momenten van verrukking vaak niets meer betekenen dan een fata morgana in een woestijn van eenzaamheid.

Hoewel dus door een overvloed van feiten het tegendeel wordt aangetoond, blijft toch vrij algemeen de mening overheersen dat niets zo gemakkelijk is als liefhebben. Men kan evenwel nauwelijks enige activiteit noemen die met zoveel hoop en verwachtingen wordt ondernomen en die met zo'n regelmaat mislukt als liefhebben. Wanneer zoiets zich in die mate had voorgedaan op enig ander gebied, dan was men naarstig gaan zoeken naar de redenen van dit falen om te ontdekken hoe men het beter kan doen - of men zou rigoureus afzien van verdere pogingen. Omdat dit laatste bij liefde echter onmogelijk is, rest er maar één adequate manier om het steeds maar weer mistasten in de liefde te vermijden: laten we onderzoeken waar de fundamentele oorzaken liggen van ons falen en nagaan wat de kunst van het liefhebben wezenlijk inhoudt.

Daarbij moet ons uitgangspunt zijn de bewustwording dat liefhebben een kunst is, net zoals leven een kunst is. Wanneer wij willen leren lief te hebben, dienen wij op dezelfde wijze te werk gaan als bij het aanleren van iedere andere kunst of kundigheid, zoals bijvoorbeeld muziek, schilderen, meubelmaken, geneeskunst of techniek.

Wat zijn nu de noodzakelijke stappen die men moet ondernemen om een kunst te leren? Wij kunnen in zo'n leerproces gemakkelijk twee fasen onderscheiden. Enerzijds dient men de theorie voldoende meester te worden; anderzijds moet men zich praktisch bekwamen. ...

Laat het echter duidelijk zijn dat er bij het leerproces om een kunst te gaan beheersen aan nog een dwingende voorwaarde moet worden voldaan. Slechts wie zich volledig met hart en ziel aan zijn kunst wijdt, kan het meesterschap bereiken. Niets anders in de wereld mag van meer belang zijn dan de kunst die je wilt leren. Dit geldt evenzeer voor muziek, voor geneeskunst, voor meubelmaken, als voor liefhebben.

En hier ligt misschien het antwoord op de vraag waarom men tegenwoordig zo zelden poogt zich in deze kunst te bekwamen, hoewel zoveel mensen op dit gebied de mislukkingen zelf hebben ervaren. Ondanks het feit dat de hunkering naar liefde diep geworteld is in de mens, beschouwen wij bijna alles van meer belang dan liefhebben: succes, prestige, geld, macht. En vrijwel al onze energie wordt verbruikt om die doelen te bereiken.

Zou het kunnen zijn dat slechts die dingen als voldoende waardevol worden beschouwd om te leren, die de mens in staat stellen bezit en aanzien te verwerven? En dat het aanleren van de kunst der liefde, die "slechts" de ziel baat en volgens de moderne opvatting van geen nut is, als een luxe moet worden beschouwd, waaraan we niet veel energie mogen spenderen?" Erich Fromm in: Liefhebben een kunst, een kunde, vertaling: A. Treurniet & J Mordegaai, Bijleveld 2007.

Erich Fromm

Erich Fromm, een groot humanistische wetenschapper uit de tweede helft van de vorige eeuw heeft over talloze onderwerpen geschreven, waaronder de liefde.

Het fragment uit zijn boek Liefhebben een kunst, een kunde hiernaast toont mijns inziens waar het bij de liefde tegenwoordig wringt en aan mankeert.

De tekst heeft nog niets van zijn frisheid en scherpte verloren, ook al is ze al vijftig jaar geleden geschreven.

Wat Fromm zo pijnlijk duidelijk maakt is dat we op liefdesgebied zo weinig verantwoordelijkheid nemen voor onszelf en ons eigen liefhebben, maar dit vooral bij de ander leggen.

De ander moet ons gelukkig maken. En als hij dat niet voor elkaar krijgt, weg ermee.