Man en vrouw in relaties

De verschillen tussen man en vrouw zijn in de relatie een bron van plezier of irritatie, afhankelijk van hoe de relatie er op dat moment voor staat en wat de partners willen en kunnen.

In tijden dat het goed gaat met de relatie, vullen man en vrouw elkaar in denken, voelen en doen prima aan. Als vanzelf geven en nemen beiden wat nodig is en wat goed voelt. Het maakt dan niet uit of de een wat meer zus doet en de ander wat meer zo. Integendeel zelfs, het geeft de relatie extra diepte en plezier.

Wanneer er echter tussen de partners narigheid is, wordt die juist door het anderszijn van man en vrouw eerder vergroot dan verkleind. Datgene wat eerder zijn charme had, bijvoorbeeld zijn zwijgzaamheid in combinatie met haar alles willen bepraten, geeft dan ergernis. Als bij toeval komen man en vrouw er juist dan achter dat ze zich storen aan dat de ander alleen maar praat of, omgekeerd, zwijgt en dat wanneer er problemen zijn dit gedrag wel twee maal zo sterk wordt.

Na verloop van tijd, wanneer de problemen tot conflicten zijn verworden en beiden zich in hun loopgraaf hebben verschanst, realiseren de partners zich wellicht dat de verschillen tussen hen zo wezenlijk zijn dat ze de kern vormen van de problemen die ze met elkaar hebben. Dat deze verschillen tot dan toe juist het plezier in elkaar mogelijk maakten, zijn ze dan al lang vergeten.

Van aanleg tot gedrag

Man en vrouw zijn grotendeels aan elkaar gelijk maar verschillen op wezenlijke punten. Fundamenteel gezien verhouden ze zich, gemiddeld genomen, anders tot zichzelf en de wereld om hen heen en zijn ze ook anders in hoe ze hun leven vorm geven. Beide geslachten zoeken wel hetzelfde in het leven: gelukkig worden oftewel, eenvoudiger gezegd, vrede met het bestaan sluiten.

Meisjes zijn al vanaf de geboorte meer gericht op en geboeid door mensen dan door dingen terwijl dat bij jongens precies andersom is. Meisjes zijn geboeid door het contact met anderen terwijl jongens meer geïnteresseerd zijn in hoe de dingen in elkaar zitten.

Jongens ontwikkelen zich trager en anders dan meisjes; meisjes zijn intelligenter dan jongens die even oud zijn. Meisjes zijn taliger dan jongens van dezelfde leeftijd terwijl jongens meer gericht zijn op het ruimtelijke, abstracte en logische dan meisjes. Jongens leren door uit te proberen terwijl meisjes leren door te kijken naar hoe anderen iets doen.

Jongens produceren meer van onder meer het hormoon testosteron dan meisjes en zijn daarom agressiever en meer daadgericht. Meisjes zijn meestal kleiner en lichter dan jongens van dezelfde leeftijd en verliezen van hen wanneer het op vechten aankomt. Zo pikken meisjes al snel op dat als ze iets willen van een jongen, ze dat niet met vechten voor elkaar gaan krijgen, en dat ze dus iets anders moeten verzinnen.

Van de meeste verschillen worden jongen en meisje zich al op jonge leeftijd bewust, al dan niet met hulp van ouders en/of omgeving. Het is voor hen een bron van inspiratie, en het nodigt hen uit de werkelijkheid te onderzoeken. Het bepaalt ook hoe ze naar zichzelf kijken en zichzelf ervaren in relatie tot anderen.

Deze biologische en fysiologische verschillen zijn geen wetten en ook niet in steen gehouwen. Het zijn gemiddeldes en statistische berekeningen die de soort betreffen, terwijl de werkelijkheid altijd weerbarstiger is. En natuurlijk zijn er ook veel biologische en fysiologische aspecten waarin jongen en meisje wel aan elkaar gelijk zijn.

Kortom, in onze aanleg en sekse is al veel gegeven wat betreft mogelijkheden en voorkeuren in gedrag. Hoewel dit niet wil zeggen dat het gedrag van de andere sekse niet mogelijk is. Eerder geldt dat dit gedrag in principe tweede keus is en er moeite voor gedaan moet worden.

Jongens (mannen) zoeken bij voorkeur te overleven door te doen, door het gevecht aan te gaan en door te scoren wat ze kunnen scoren. Door dat te doen, ervaren ze dat ze zich verbinden met het andere. Meisjes (vrouwen) zoeken bij voorkeur te overleven door verbindingen met anderen aan te gaan, en door dan in de binding met die anderen oplossingen voor problemen te zoeken.

Meisjes hebben een voorkeur voor interactie en communicatie terwijl jongens daarentegen meer gericht zijn op het resultaat. Anders gezegd: een contact moet voor een jongen iets opleveren, voor een meisje is het contact er voor het contact. Het contact mag weliswaar tot een resultaat leiden maar dat hoeft niet per se.

Het voorkeursgedrag wordt, onder invloed van opvoeding en socialisatie, tot een overlevingsstrategie die doorklinkt in vrijwel elk gedrag wat jongens en meisjes en, naarmate ze opgroeien, mannen en vrouwen laten zien en neerzetten

Agressie, macht en seks

Mannen hebben een andere serotoninehuishouding dan vrouwen en produceren meer van het hormoon testosteron. Ze zijn daarom gemiddeld genomen agressiever dan vrouwen.

Aangezien mannen ook sterker zijn dan vrouwen en meer gericht op het behalen van resultaten, is het gevolg dat zij makkelijker - en vaker - conflicten aangaan en die dan met behulp van agressief gedrag proberen te beslechten. Vrouwen met hun voorkeur voor het verbindende, zijn eerder geneigd zich te schikken in conflicten. Voeren ze strijd (en dat doen ze zeker) dan zal dat veelal onderhuids gebeuren.

Aan dit rudimentaire patroon van conflictoplossing ontlenen mannen hun (potentiële) macht in relaties want zowel de man als vrouw weten, bewust of onbewust, de uitkomst van mogelijke conflicten. Ze kiezen daarom al op voorhand de positie die hen, terecht of onterecht, uiteindelijk toevalt.

Dat mannen agressiever zijn en doelgerichter, klinkt ook door in hun beleving van seks. Ten eerste hebben ze wegens het agressieve meer en vaker behoefte aan seks; je noemt het dan viriliteit. Ten tweede is de man bij het hebben van seks bij voorkeur doelgericht bezig.

De man focust op klaarkomen en stemt al zijn handelingen daarop af. Door zo bezig te zijn en door klaar te komen waar zijn vrouw bij is, weet hij dat hij van haar houdt; zij helpt hem immers bij het klaarkomen terwijl hij mag genieten waar zij bij is.

Voor de vrouw heeft seks hebben een andere betekenis. Het is de overtreffende trap van de gevoelde intimiteit en verbinding: door op het meeste intieme niveau met elkaar te verkeren, wordt de verbinding bevestigd en bekrachtigd. Klaarkomen is daarbij de bekroning van de diepgevoelde verbinding en geeft juist daarom uiterst veel emotie en bevrediging.

Opvoeding, socialisatie en cultuur

Kinderen groeien niet op in een vacuüm. Ze komen ter wereld in een al bestaande samenleving met haar eigen mores, regels, structuren en codes. In het algemeen wordt het gedrag wat in aanleg al gegeven is, zodanig gevormd dat het acceptabel is voor de samenleving waarin het kind terechtkomt.

Dikwijls ook zijn opvoeding en socialisatie juist nodig om datgene wat in aanleg aanwezig is, zoals bijvoorbeeld goed kunnen zingen of een hoog IQ, tot uitdrukking te laten komen. Wat in aanleg is gegeven (coördinatie, talent of kracht) wordt door socialisatie en opvoeding bevestigd.

Aanleg, opvoeding en socialisatie - en natuurlijk problemen in aanleg, opvoeding en socialisatie want niets is perfect - gaan samen heel ver in bepalen hoe de uiteindelijke overlevingsstrategieën van een jonge man of vrouw luiden en welk gedrag daarbij past en de voorkeur heeft.

Bij het proces van opvoeding en socialisatie worden boodschappen doorgegeven van generatie op generatie. Die boodschappen zijn zelden helder en eenduidig. Het is eerder een amalgaam van dromen, realiteit en zaken die we wensen te verdringen.

Het zijn boodschappen als: een jongen huilt niet, een meisje wel, wij zijn goed en zij slecht, man en vrouw zijn aan elkaar gelijk (maar niet heus), iedereen kan alles worden wat hij wil (maar niet heus), je moet redelijk met elkaar omgaan (maar het ik gaat voor alles), jezelf ontplooien is heel belangrijk (wel tevreden zijn met wat je hebt), je moet gaan voor de liefde (dus veel seks hebben en jij moet naar mij luisteren want ik weet het wel), ouderdom telt (maar boven de 50 ben je té oud), en arbeid adelt (werken is voor de dommen).

Deze dubbele boodschappen werken door in hoe mensen met zichzelf en elkaar omgaan. Ze bevestigen rolpatronen en werken door in wat man en vrouw in relaties van elkaar verwachten en als belangrijk ervaren. Ze scheppen verwachtingen, dromen en ambities, die vaak nauwelijks door de ander waar te maken zijn.

Door de boodschappen na te leven, maken man en vrouw deel uit van de samenleving waartoe ze behoren. Maar het zijn ook juist deze boodschappen die partners opzadelen met schuldgevoelens als ze er niet aan voldoen.

Ja, drie maal per week seks is normaal, evenals een vrouw die gelijk is aan de man maar wel naast haar baan voor de kinderen en het huishouden zorgt. Het is normaal dat de man altijd maar werkt om alles te betalen, maar 's avonds moet hij gezellig met vrouw en kind verkeren. Het onhaalbare aan deze boodschappen moet elk in zijn leven opnieuw ontdekken.

Tijdens de opvoeding en socialisatie wordt bevestigd wat in aanleg in man en vrouw is gegeven, en creëren man en vrouw hun rolpatronen en hun verwachtingen van en ideeën over relaties. Voorop staat daarbij, alle gelijkheidsidealen ten spijt, dat de mannelijke manier van omgaan met het leven hierin de leidende is. Ook in relaties.

Onze Westerse cultuur is bij uitstek een cultuur die het doelgerichte mannelijke voorop stelt en het verbindende vrouwelijke altijd respecteert en waardeert, maar niet als het er op aan komt. Een man die niet praat noemen we stoer, een vrouw die zeer emotioneel is verwijzen we naar de therapeut. We hebben wegloophuizen voor vróuwen, want mannen hebben die simpelweg niet nodig. Een vrouwenlichaam is er om te gebruiken.

Cultuur zet zowel op korte als langere termijn de doelen waaraan wij in relaties behoren te voldoen: emancipatie is uit, porno is in, zachtmoedige harde mannen zijn in, lustopwekkende vrouwen zijn in, moederende vrouwen zijn uit, feminisme is dood, onthechtheid is in. De cultuur bepaalt wat een goede relatie is en welke rollen de partners daarin te spelen hebben.

Man, vrouw en relaties

In de kern is een relatie tussen man en vrouw een verbond, datgene waarbinnen ze elkaar ontmoeten om samen een veilig huisje en nestje te bouwen opdat, in een later stadium, een kindje geboren kan worden en beiden zich voortplanten. Niet meer en niet minder.

Man en vrouw zijn op veel gebieden complementair aan elkaar. Samen zijn ze zodoende optimaal uitgerust om allerlei problemen die op hen afkomen bij het bouwen van dat nestje het hoofd te bieden. In geval van een conflict of meningsverschil echter versterkt het complementair zijn juist het conflict en remt het de oplossing.

Partners hebben stereotype en sjabloonmatige verwachtingen naar elkaar. Ze verwachten dat de ander al hun gemis gaat opvullen én tevens dat de ander een betere versie van henzelf is. De verwachtingen tussen man en vrouw volgen bijna altijd het geijkte patroon, dat wat besloten ligt in de cultuur en processen van socialisatie, ook al lijken ze zich soms ervan af te keren.

De man verwacht van zijn vrouw dat ze als een man met hem kan verkeren en werken en, wanneer hij dat nodig heeft, ook heel vrouwelijk is: de supermoeder en de hoer in bed. Een vrouw verwacht van haar man niet alleen dat hij de rots in de branding is maar ook dat hij die gevoelige allesbegrijpende kant heeft die ze zichzelf zo vaak droomt.

Man en vrouw zijn in de kern anders en hebben daarom in een relatie moeite tot elkaar te komen, ze zullen de ander nooit echt snappen. Lilian Rubin noemt man en vrouw in een relatie daarom Intieme Vreemden, een passende term lijkt me.

Een relatie tussen man en vrouw kun je dan ook opvatten als een jarenlang experiment, een pogen de ander te snappen en op basis daarvan met hem of haar te verkeren. Wat uiteindelijk misschien voor een deel zal lukken maar in essentie gedoemd is te mislukken want zowel man als vrouw kunnen niet buiten zichzelf stappen, de verschillen zijn onoverbrugbaar.

De redding komt met de jaren, wanneer man en vrouw zoveel ouder, wijzer en milder geworden zijn. Wanneer de testosteronniveaus aan elkaar gelijk raken en het makkelijker is geworden een balans te vinden in het geven en nemen, en het accepteren van de verschillen.