Fenomenen

Op deze pagina een viertal stukjes over typisch menselijk gedrag en eigenaardigheden. Wat mensen tot mens maakt. In Fenomenen vindt u meer stukjes.

Blijheid

Blijheid is de afwezigheid van sterke interne spanning en emoties die voornamelijk als negatief worden ervaren, zoals angst, verdriet en boosheid.

Daarom voelt blijheid ook zo licht en plezierig; het is simpelweg de afwezigheid van wat ons normaal, bewust of onbewust, zo kan kwellen.

Blijheid is tevredenheid, te-vreden-zijn met het bestaan zoals het is. Het is het gevoel dat misschien wel het dichtst bij dat van geluk in de buurt komt. Geluk dat óók altijd maar even is en dan weer wegvloeit.

Blijheid is mooi en puur, en aanstekelijk. Het is wat we in kinderen waarderen (maar in volwassenen nogal eens wantrouwen). Want kinderen kunnen zo vertederend blij zijn. Met iets of zomaar. Ze voelen immers de last van het leven nog niet.

Ouderen kunnen net als kinderen maar zelden in dezelfde mate, opgeruimder en zelfs soms blijer zijn dan de gemiddelde volwassene. De weg bijna afgelegd, gestreden wat moest, de ballast overboord. Vrede gesloten met het leven, eindelijk, nu het nog kan. Meer ruimte voor het lichte en luchtige.

Kun je een blijer mens worden? Ja, natuurlijk. Groei op en word oud. Of groei nooit op.

Hoop

Hoop is dat wat je mist concreet maken en projecteren in de toekomst.

Hoop is aards en bijna tastbaar. Hoop kun je benoemen, zowel naar vorm en inhoud als naar het tijdsbestek waarin dat waarop je hoopt, realiteit wordt of dient te worden.

Een man die een beter leven wil, een vrouw die een man wil die haar niet bedriegt, een kind dat zich een broertje wenst, een schrijver die droomt van roem, een oude man die dood wil.

Hoop hoort bij verlangen zoals een fles hoort bij zijn inhoud. Je kunt hoop zien als de vertaling van het verlangen, als de bewuste stem van iets wat maar lastig onder woorden kan worden gebracht. Verdriet, pijn, eenzaamheid. Erkenning van wat er is.

Zoals de mens niet zonder verlangen kan, kan hij ook niet zonder hoop. Er zou anders niets van hem overblijven.

Vervreemding

Ik weet nog, járen terug, dat ik voor het eerst na een lang verblijf in Afrika terug in Nederland over het hoofdpad van de Bijenkorf in Amsterdam liep. Het was overweldigend, veel teveel om te kunnen behappen. Ik ging op slot en realiseerde me - later - dat ik vervreemd was geraakt van dat rijke, Nederlandse leven.

In meer poëtische, filosofische en psychologische zin gaat vervreemding verder dan niet kunnen omgaan met een grote sortering luxe parfums in de Bijenkorf. In die zin betekent vervreemd zijn het niet meer kunnen vinden met iets of iemand waar je dat voorheen wel kon, en weten, diep van binnen weten, dat dat ook ècht zo is. Het andere, de ander, is je vreemd geworden.

De term kreeg haar grootste bekendheid in de periode van de romantiek, in de 19e eeuw. Denk aan Goethe, denk aan Schiller. Das Leiden des Jungen Werther. Onvervulbare verlangens, dromen die niet meer aansluiten bij wat is. Nostalgie naar dat wat eens was. Vervreemding, vervreemd zijn, is een staat van zijn waarin meestal enige weemoed is begrepen. In ieder geval in het oog van de toeschouwer.

Ouderen die de aansluiting met de maatschappij waarin ze leven zijn kwijtgeraakt. Exxen die elkaar na vele jaren weer eens tegenkomen en zich afvragen wie die ander in godsnaam is. Reizigers en migranten die tussen twee werelden zitten. Burgers en overheid, twee werelden die elkaar steeds minder goed verstaan. Broer en zus die elkaar in de jaren zijn kwijtgeraakt. Dromers die zich andere werelden hebben gecreëerd en dáaraan de voorkeur geven boven die waarin ze leven.

Behalve als je er niet mee kunt omgaan, is er niet zoveel verschrikkelijks aan vervreemd raken van iets of iemand.

Voor velen echter leidt vervreemding tot vereenzaming tot verdere vervreemding. Op termijn kan vervreemding leiden tot diepgevoelde angst - ik ben niet zoals hen, ik ben anders, ik hoor er niet meer bij, wat is er mis met mij? - en, uiteindelijk, tot vervreemding van jezelf. Vervreemden is jezelf op den duur helemaal kwijtraken en verliezen.

Sommigen vinden het idee van vervreemd raken zó beangstigend, zo eng dat ze dit tot elke prijs proberen te voorkomen. Zelfs als dit betekent dat ze daarvoor hun eigen identiteit, of wat ze daarvoor aanzien, moeten opofferen.

Haast

Je haasten is iets doen met extra aandacht voor de tijd die dat 'kost'. Je haasten is iets sneller doen terwijl het ook langzamer kan.

Hoewel we ons allemaal zo op z'n tijd haasten, zijn de situaties en de mate waarin we dat doen grotendeels cultureel bepaald. Vergelijk bijvoorbeeld hoeveel tijd Tibetanen en Nederlanders nemen voor het elkaar begroeten.

De reden waarom mensen zich sowieso willen haasten, is niet eenduidig. Buiten het cultureel bepaalde, waaronder het al eeuwenoude Westerse Protestants ethos dat rept van plicht en hard werken, en de (ijdele) hoop de tijd - en daarmee het leven - te overwinnen, is er een scala aan redenen, waaronder zeker hebberigheid.

Maar ook graag gezien willen worden als iemand die hard werkt of het beste met een ander voorheeft. Of je juist schamen als je níet hard holt of werkt. Of zo gretig leven dat de tijd die je hebt voor de taken die je wilt afhandelen zo ruim onvoldoende is.

Hoe het ook zij, in onze Westerse cultuur is geen enkele activiteit te vinden die we zonder haast vervullen. Aankleden, ontbijten, kinderen naar school, in de file staan, werken, in de file staan, eten koken, eten, naar het fitnesscentrum, zappen op tv, seks hebben, slapen.

We willen het liefst veel en alles tegelijk, en NU, niet morgen, daarin zijn we net kinderen. Met als resultaat dat we dat alles meestal bewust een té klein hokje tijd toemeten. We proppen de bezigheid in de tijd.

Maar wanneer je even stilstaat, zo zonder haast zeg maar, bij de menselijke natuur in relatie tot haast, blijkt echter dat alle mogelijke ideeën en gedachten die we koesteren over het goede en gelukkige leven, juist de afwezigheid van haast voorstaan.

Denk bijvoorbeeld aan hoe we ons uit eten, vakanties of de oude dag voorstellen. Zoveel rust, zo op ons gemak. Of het paradijs, als we daarin geloven. Of een mooi boek lezen of een goed gesprek voeren. Rust hoort bij geluk als de hemel bij het paradijs.

Het lijkt wel of we de haast en het vele hebben gewonnen, maar het leven en de tijd verloren. Een handvol haast. Het beeld van de tijd en het leven die als los zand weglopen tussen de vingers.