Conformisme en gehoorzaamheid

Hoe komt het toch dat we aan autoriteiten bij voorkeur gehoorzamen, ook al kramen ze dag na dag nonsens uit? Hoe komt het dat soldaten in oorlog, ook al willen ze dit niet, op afschuwelijke wijze mensen kunnen afslachten? Hoe kan het dat een moeder die op de hoogte is van seksueel misbruik van haar kind door haar partner, daarin meegaat en dit zelfs goedpraat? Hoe komt het dat mensen niets doen als iemand verdrinkt? Waarom voegen we ons naar de groep of de grootste bek, zelfs tot op het depressieve af?

Dit zijn zomaar enkele vragen die je jezelf kunt stellen. In de kern gaan ze alle terug op het begrip gehoorzaamheid, ofwel, ruimer gezien, conformisme. Waarom handelen mensen niet autonoom maar conformeren ze zich aan anderen? aan mensen met macht? aan de groep?

Gehoorzaam zijn, je conformeren, kun je definiëren als: stelselmatig bewust of onbewust je gedrag en ideeën richten naar (verondersteld) gedrag en opvattingen van een ander of anderen, of instituties of groepen waarin anderen verenigd zijn, en wel op zodanige wijze dat je als resultaat in je eigen gedrag, opvattingen en zelfbeeld positief danwel niet negatief bevestigd voelt.

De reden dat mensen gehoorzamen en zich conformeren is simpelweg dat in conformisme in vergelijking met zelfstandig, autonoom opereren voor de meeste mensen enerzijds meer veiligheid en warmte verscholen zit terwijl anderzijds het risico om af te gaan, om te verliezen, relatief kleiner is. Je hoort immers bij degenen die de 'macht' hebben.

Tevens geldt dat mochten we eens, in bepaalde situaties, interne remmingen of gewetensbezwaren kennen, we die met een geruster hart opzij kunnen zetten wanneer we merken dat anderen - de groep of de door de groep aangestelden, de autoriteiten, die het immers kunnen weten - er blijkbaar anders over denken en géén last van hun geweten hebben.

Daarbij komt dat over het algemeen in onze opvoeding onze ouders gehoorzamen, erbij horen en je conformeren aan de groep en autoriteiten, zowel expliciet als impliciet als positieve waarden meegeven.

Het trotseren van de mening van anderen die in jouw beleving machtiger zijn dan jij (ze zijn met meer, hebben een grotere mond, een hogere status of simpelweg meer macht) is ook een angstaanjagende ervaring want dat trotseren zet je wel duidelijk apart van anderen, wat ingaat tegen onze misschien wel onbewuste, diepe wens bij de groep te willen horen.

Hoe het ook zij, je voegen naar de groep en de machtigen daarbinnen is voor de meesten van ons een primaire overlevingsstrategie. Je kent dit patroon dusdanig goed dat je het als vanzelf inzet, in ieder geval zogauw je je enigszins onder druk voelt staan of onzeker bent over wat te doen.

Zo voelt het, bijvoorbeeld, veiliger om samen met anderen toe te kijken hoe op straat een man ligt die, geschept door een auto, buiten bewustzijn is dan op hem toe te lopen en uit te zoeken of je kunt helpen. Want daarvoor moet je verantwoordelijkheid voor je handelen nemen terwijl niet duidelijk is waar dit uit zou moeten bestaan. Je zet je daarbij ook apart van de anderen die niet helpen en het 'dus' waarschijnlijk wel beter weten (immers, het is verstandig op de ambulance te wachten, toch?).

Denk ook aan bijvoorbeeld opstootjes en relletjes wanneer anderen met stenen gooien en daarmee dat stenen-gooien tot een legitieme daad voor de groep maken. Denk aan het negeren van het rookverbod in de horeca: als anderen het negeren is dat voor jou, immers ook lid van de groep, de legitimatie hetzelfde te doen. Denk aan angstzaaiende populistische brallers: als zij het doen, mag jij het ook.

- Hetzelfde speelde op een ander niveau in Wereldoorlog II in Nederland toen het kader en de ambtenaren van de burgerlijke stand zo bereidwillig meewerkten met de Duitse bezetter en het zodoende mogelijk maakten dat tienduizenden Joden naar vernietigingskampen werden afgevoerd. Ook daarbij speelde groepsdwang en de hang je te conformeren een rol. -

Uiteindelijk voelen de meesten van ons zich prettig in of bij de groep die er op dat moment is en toe doet, alles liever dan buiten de groep staan. Waar de groep voor staat maakt niet zoveel uit. De groep, en de autoriteit als belichaming van de groep, is de norm.

Het schaamtevolle

Tegelijkertijd heeft je conformeren aan de groep of de macht iets schaamtevols. Daarom worden we er zelden graag aan herinnerd dàt we het doen, adoreren we diegenen die, binnen zekere grenzen, zich niet conformeren - Madonna, Paul de Leeuw, Jack Frost, John de Mol, de Tokkies - en bekijken we diegenen die zich te zeer niet conformeren of in het geheel niet meedoen - de gekken, dwazen en einzelgängers of, om een dwarsstraat te noemen, de klokkenluiders - met argusogen, en stoten we ze uit de groep, welke dan ook.

Een andere manier om - achteraf - met het jezelf conformeren om te gaan, is dat we datgene wat ons handelen en denken tegensprak, wegredeneren, goedpraten, of als niet bestaand beschouwen. Ook verklaren we de rechtmatigheid van ons handelen door het kwade te projecteren in degenen die we 'tegenover' ons vinden - in onze Westerse wereld ondermeer de zigeuners, homo's, vluchtelingen, joden, palestijnen en moslims.

Onzelfstandigheid en het goede

Het is onzin en naïef om te denken dat we als zelfstandige, onafhankelijke personen een groep tot groep maken. Dat we onze meningen en ideëen zonder gêne en remmingen inbrengen en daarna meewerken aan het tot stand brengen van een, zeg maar, democratisch tot stand gekomen gedeelde groepsmening. Democratie klinkt leuk maar bestaat niet. We gehoorzamen eerst ons instinct wat zegt: pas op, zoek eerst het potentiële gevaar in deze groep en richt je handelen daarnaar. Pas dan is er ruimte voor iets anders.

Het is ook onzin om te denken dat alleen 'slechte' mensen slecht kunnen doen. Stanley Milgram, een beroemd psycholoog in de jaren zeventig, zegt onder meer dit over gehoorzaamheid, conformisme en karakter:

'Het is in ieder geval een misvatting om aan te nemen dat gehoorzaamheid met één bepaalde karaktereigenschap in verband staat, of dat goede en vriendelijke mensen eenvoudigweg niet gehoorzamen en wrede mensen wel. ... Bovendien vervullen de persoonlijke eigenaardigheden van de proefpersonen waarschijnlijk een minder belangrijke functie dan de meeste lezers zullen aannemen. Want een van de belangrijkste lessen van de twintig-eeuwse sociale psychologie is, dat het gedrag van een bepaald individu vaak niet zozeer bepaald wordt door de aard van zijn karakter, maar eerder door de aard van de situatie waarin hij zich bevindt.' Stanley Milgram, in: Grenzeloze gehoorzaamheid, Bruna 1975.

Studie en onderzoek

Gehoorzaamheid, conformisme en, in bredere zin, de relatie tussen individu, groep (samenleving, massa, partner) en autoriteit zijn al eeuwenlang onderwerp van studie en onderzoek. In het begin van onze jaartelling vooral door studie van filosofen, later, in onze eeuwen, vergezeld door studie en onderzoek van sociologen, antropologen en sociaal-psychologen.

De laatse eeuw verschenen op dit vlak baanbrekende studies van onder meer Max Weber (de sociologische groep), Robert Michels (bureaucratie en administratie) en Hannah Ahrend (het wezen van fascisme). In dit rijtje hoort ook het onderzoek van Stanley Milgram eind jaren zestig naar gehoorzaamheid thuis.

Hieronder volgt de (bekorte) inleiding van Stanley Milgram uit zijn boek Grenzeloze Gehoorzaamheid (Obedience to authority, an experimental view), het beroemde onderzoek eind jaren zestig naar hoe mensen zich gedragen wanneer ze van een door hen als autoriteit beschouwde persoon de opdracht krijgen een ander lichte tot zware stroomstoten toe te dienen.

Een ruime meerderheid van degenen die gevraagd wordt dit te doen, doet het ook, waarbij ze de verantwoordelijkheid voor het toedienen van de electrische schokken niet meer bij zichzelf legt maar bij de opdrachtgever, degene die in hun ogen de macht heeft en de groep vertegenwoordigt.

Het onderzoek is in de decennia erna in variaties vele malen herhaald. De uitkomst was steeds dezelfde en leverde regelmatig schokkende resultaten op.

Zeer bekend is het onderzoek enkele jaren terug waarbij een deel van de proefpersonen gevraagd werd als gevangenisbewaarder en een ander deel als gevangene op te treden. Na verloop van tijd bleken de proefpersonen zich heel goed in hun rol te kunnen inleven, zó goed zelfs dat degenen die in de rol van gevangisbewaarder waren gekropen, sadistische praktijken ontwikkelden en die botvierden op de proefpersonen die gevangenen speelden en die zich ook helemaal met hun rol hadden vereenzelvigd.

Een recent onderzoek in Groningen laat zien dat wanneer er, bijvoorbeeld, veel graffiti op muren in een wijk staat, personen die zich in die buurt begeven, minder remming voelen bij het zich op een soortgelijke manier gedragen dan wanneer ze in een buurt zijn waar geen graffiti op de muren staat. Normvervaging roept normvervaging op, je conformeren ontremt je geweten.

Niet is de mens vreemd. De liefde niet, maar de ontaarding en beestachtigheid ook zeker niet. En beide dikwijls uit een hang, bewust of onbewust, naar veiligheid, zekerheid en conformisme en, daarin besloten, acceptatie door anderen en erbij horen, liefst bij degenen die je hoog acht en waarvan je vermoedt dat ze de meeste macht hebben. Niets autonomie of eigen verantwoordelijkheid maar gewoon angst, zelfzuchtigheid en welbegrepen eigenbelang.

Het dilemma van gehoorzaamheid (Stanley Milgram)

'Gehoorzaamheid is een van de fundamenteelste elementen in de structuur van het maatschappelijk leven. Elke vorm van gemeenschappelijk bestaan heeft een bepaalde vorm van gezag nodig, en alleen iemand die in een volstrekt isolement leeft kan zich onttrekken aan een confrontatie met andermans bevelen. Gehoorzaamheid als gedragsbepalende factor is met name in onze tijd van belang. Tussen 1933 en 1945 werden miljoenen onschuldige mensen systematisch op commando vermoord. Er werden gaskamers gebouwd, vernietigingskampen aangelegd, en dagelijks grote hoeveelheden lijken geproduceerd met dezelfde efficiëntie als waarmee stukgoederen vervaardigd worden. Deze onmenselijke maatregelen zijn misschien aan het brein van éen enkel individu ontsproten, maar zij konden alleen worden doorgevoerd omdat een zeer groot aantal mensen bevelen opvolgden.

Gehoorzaamheid is het psychologische mechanisme dat individueel handelen en politieke doeleinden verbindt. Het is het cement dat mensen aan systemen van gezag vastkluistert. Gegevens uit het recente verleden en waarnemingen in het leven van alledag wettigen de veronderstelling dat gehoorzaamheid voor vele mensen een diep ingewortelde gedragstendens is, ja, men zou zelfs kunnen zeggen, een oppermachtige drang die alle morele en ethische overwegingen naar het tweede plan doet verhuizen. ...

De zedelijke kwestie of iemand moet gehoorzamen wanneer het uitvoeren van het bevel in strijd is met het eigen geweten, werd ... in elke fase van de geschiedenis opnieuw aan wijsgerige analyse onderworpen. Conservatieve filosofen betogen dat ongehoorzaamheid een bedreiging vormt voor de structuur van de maatschappij zelf, en dat het uitvoeren van een bevel verkieslijk is boven aantasting van het gezag, zelfs wanneer de aard van het bevel met alle morele opvattingen in strijd is. ... Humanisten staan in een dergelijke situatie echter het primaat van het individueel geweten voor, en zijn van mening dat het zedelijk oordeel van het individu boven het gezag als zodanig moet worden gesteld wanneer er van een conflict sprake is. ...

Om het verschijnsel gehoorzaamheid nader te kunnen bestuderen stelde ik aan de Yale-universiteit een eenvoudig experiment op. Uiteindelijk zouden er ruim duizend mensen bij het experiment betrokken raken, en zou het aan verscheidene andere universiteiten gerepliceerd worden, maar de eerste aanzet was uiterst simpel. Iemand komt naar een psychologisch laboratorium en krijgt de opdracht een aantal handelingen te verrichten die hem in toenemende mate met zijn geweten in conflict brengen. De voornaamste vraag is daarbij hoelang de proefpersoon zich aan zijn instructies zal houden voor hij weigert nog verder door te gaan met wat er van hem gevraagd wordt.

Maar de lezer dient iets meer te weten over de details van het onderzoek. Twee mensen komen naar een psychologisch laboratorium om deel te nemen aan een geheugen- en leeronderzoek. Een van hen wordt aangewezen als 'leraar', de ander als 'leerling'. De proefleider legt uit dat het experiment dient om de effecten van straf op het leerproces te bestuderen. De leerling wordt naar een kamer gebracht, op een stoel neergezet, zijn armen worden aan de leuningen vastgebonden om al te heftige bewegingen tegen te gaan en er wordt een elektrode aan zijn pols bevestigd. Hij krijgt opdracht een lijst met combinaties van twee woorden te leren; geeft hij een onjuist antwoord, dan krijgt hij een elektrische schok toegediend; de intensiteit ervan neemt bij elke nieuwe fout toe.

Het experiment draait in wezen om de leraar. Nadat hij gezien heeft hoe de leerling op zijn stoel vastgebonden wordt, neemt de proefleider hem mee naar de voornaamste onderzoeksruimte en laat hem plaatsnemen voor een indrukwekkende schokgenerator. Het belangrijkste onderdeel hiervan is een horizontale rij met schakelaars die vanaf 15 volt met tussenruimten van 15 volt opklimmen tot 450 volt. Ernaast staan opschriften die variëren van LICHTE SCHOK tot GEVAAR - ERNSTIGE SCHOK. De leraar krijgt opdracht de man in de andere ruimte op zijn kennis van de lijst met woordcombinaties te testen. Bij een goed antwoord moet hij naar de volgende vraag overgaan, bij een fout antwoord dient hij de leerling een elektrische schok toe te dienen. Hij moet daarbij beginnen bij de zwakste schok (15 volt) en bij elke fout de intensiteit van de schok opvoeren, eerst 30 volt, dan 45 volt, enzovoort.

De 'leraar' is iemand die naar het laboratorium is gekomen om aan een experiment deel te nemen, en die volstrekt onkundig is van de werkelijke aard van het onderzoek. De leerling, het slachtoffer, is een acteur die in feite helemaal geen schokken krijgt. Het experiment gaat erom om te zien tot hoe ver iemand gaat in een concrete en meetbare situatie, waarin hij opdracht krijgt een protesterend slachtoffer in toenemende mate pijn te doen. Op welk punt zal de proefpersoon weigeren de proefleider nog verder te gehoorzamen?

Er ontstaat een conflictsituatie wanneer de man die de schokken krijgt begint aan te geven dat hij pijn lijdt. Bij 75 volt kreunt de 'leerling' zachtjes. Bij 120 volt geeft hij ook met zoveel woorden aan dat hij pijn lijdt. Bij 150 volt vraagt hij dringend of hij van verdere deelname aan het experiment ontslagen kan worden. Daarna blijft hij voortdurend protesteren, steeds heftiger en emotioneler. Bij 285 volt kan zijn reactie alleen nog maar beschreven worden als een hartverscheurende kreet.

Getuigen van het experiment zijn het erover eens dat het aangrijpende karakter van het geheel in een beschrijving enigszins verloren gaat. De situatie is voor de proefpersoon geen spel; zijn conflict is intens en onmiskenbaar. Aan de ene kant neigt hij ertoe om op te houden, omdat het maar al te duidelijk is dat de leerling pijn lijdt. Aan de andere kant draagt de proefleider, een legitieme autoriteit waaraan de proefpersoon zich in zekere mate gebonden voelt, hem op door te gaan. Steeds als de proefpersoon aarzelt de schok toe te dienen krijgt hij bevel verder te gaan. Hij kan zich uitsluitend uit deze situatie bevrijden door een onomwonden breuk met het gezag. Doel van het onderzoek was na te gaan wanneer en hoe iemand, die met een duidelijk moreel imperatief geconfronteerd wordt, tegen het gezag zal opstaan. ...

Misschien is de eerste reactie van de lezer de vraag hoe een geestelijk normaal iemand ertoe zou kunnen komen om zelfs maar de zwakste schok toe te dienen. Waarom zou iemand niet gewoon weigeren en het laboratorium verlaten? Maar het is nu eenmaal zo dat niemand dat ooit doet. De proefpersoon is naar het laboratorium gekomen om de proefleider te helpen en hij is volledig bereid om met het experiment te beginnen. Dit is op zichzelf allerminst vreemd, vooral niet omdat degene die de schokken krijgt evenmin bezwaar maakt, en hoogstens van enige ongerustheid blijk geeft. Verrassend is echter wel tot hoever normale individuen bij het opvolgen van de instructies van de proefleider willen gaan. De resultaten van het experiment zijn niet alleen verbazingwekkend, maar ook onthutsend. Ondanks dat een groot aantal proefpersonen spanningen te verduren krijgt, ondanks dat velen van hen tegenover de proefleider protesteren, gaat een aanzienlijk percentage door totdat de laatste schokken op de generator zijn toegediend.

Vele proefpersonen blijven de proefleider gehoorzamen, hoe pijnlijk de schokken ook mogen lijken en hoe wanhopig het slachtoffer ook mag smeken het experiment te staken. Dit gebeurde steeds weer opnieuw, bij onze onderzoekingen en eveneens aan de andere universiteiten waar het experimenteel herhaald werd. Deze extreme bereidheid van volwassenen om op gezag van een autoriteit praktisch alles te doen wat van hen gevraagd wordt, vormt de voornaamste ontdekking van onze studie en is het feit dat het dringendst om verklaring vraagt.

Een vaak gehoorde hypothese is, dat de proefpersonen die het slachtoffer zelfs de meest intense schokken toedienden monsters waren en tot de sadistische zelfkant van de maatschappij behoorden. Maar wanneer men zich bedenkt dat bijna tweederde van de deelnemers in deze categorie van 'gehoorzamen' valt en dat zij een normale doorsnee van verschillende klassen in de samenleving vormden, namelijk die van de arbeiders, middenstand en de vrije beroepen, wordt dit argument wel uiterst zwak. ...

De doorsnee proefpersoon diende zijn slachtoffer schokken toe vanuit een zeker plichtsgevoel - zijn plicht als proefpersoon - niet vanuit bepaalde overdreven agressieve neigingen. Dit is misschien wel de meest fundamentele les die wij uit onze studie kunnen trekken: normale mensen die alleen maar hun werk doen kunnen, zonder dat er van hun kant van enige vijandige gevoelens sprake is, het werktuig worden van een verschrikkelijk vernietigend proces. Bovendien bleek, dat zelfs wanneer de vernietigende effecten van hun werk zonneklaar worden, en ze gevraagd wordt handelingen te verrichten die met hun fundamentele zedelijke opvattingen in strijd zijn, er maar betrekkelijk weinig mensen zijn die de kracht hebben om zich tegen autoriteit te verzetten. Bepaalde remmingen tegen ongehoorzaamheid aan het gezag kwamen in het spel en hielden de meerderheid van de proefpersonen in toom.

Het is niet moeilijk om in een makkelijke stoel gezeten de handelingen van de gehoorzame proefpersonen te veroordelen. Maar iemand die dat doet meet hun gedrag af aan zijn eigen vermogen om hoogstaande zedelijke beginselen te formuleren. Dit is nauwelijks een eerlijke maatstaf. De proefpersonen houden er zelf minstens even strenge opvattingen op na over hoe men zich tegenover een hulpeloos slachtoffer dient te gedragen. Zij weten in principe eveneens wat men wel en wat men niet zou moeten doen, en zij kunnen hun beginselen even goed naar voren brengen als wij. Maar dit heeft allemaal weinig of niets te maken met het feitelijke gedrag dat zij onder de druk der omstandigheden vertonen.

Iemand die gevraagd wordt hoe hij zich in dergelijke omstandigheden moreel gezien dient te gedragen, spreekt zich zonder uitzondering uit voor ongehoorzaamheid. Maar in de werkelijke situatie zijn er behalve zedelijke normen, ook andere dingen in het spel. Morele opvattingen vormen slechts een klein gedeelte in het totale spectrum van invloeden die op iemand inwerken. Vele proefpersonen bleken tijdens de procedure niet in staat zich van hun eigen normen rekenschap te geven en bleven met het experiment doorgaan, ondanks dat zij hun eigen gedrag afkeurden.

De invloed die het zedelijk gevoel op ons handelen uitoefent is geringer dan de sociale mythe ons zou willen doen geloven. De vooraanstaande plaats die een gebod als 'Gij zult niet doden' in de zedelijke orde inneemt, komt niet overeen met de positie die het in de menselijke natuur bekleedt. Een paar veranderingen in de krantekoppen, een oproep van het rekruteringsbureau, bevelen van een man met epauletten, en een mens komt er betrekkelijk makkelijk toe het gebod te overtreden. Zelfs de krachten die bij een psychologisch experiment werkzaam zijn kunnen de zedelijke controlemechanismen van een individu in belangrijke mate ondermijnen. Morele factoren kunnen door een afgewogen herstructurering van de informatieve en sociale omgeving betrekkelijk gemakkelijk ter zijde worden geschoven.

Waardoor blijft de proefpersoon de proefleider gehoorzamen? Allereerst is er een aantal 'bindende factoren' die de proefpersoon in de situatie verankeren, zoals zijn beleefdheid, zijn wens zich aan zijn oorspronkelijke belofte tot medewerking aan het experiment te houden en de onaangenaamheden die het staken van de procedure met zich mee zou kunnen brengen. Daarnaast vinden er echter een aantal wijzigingen in het denken van de proefpersoon plaats, die zijn vastberadenheid om het gezag niet langer te gehoorzamen aan het wankelen brengen. Deze wijzigingen dragen ertoe bij dat de relatie tussen proefpersoon en proefleider gehandhaafd blijft, terwijl zij er tevens toe leiden dat de spanningen die uit de conflictsituatie voortkomen afnemen. Zij vormen een kenmerkend bestandsdeel van het denken van een gehoorzaam individu dat door het gezag bevolen wordt tegen hulpeloze slachtoffers op te treden.

Een van deze mechanismen is de neiging om zo geabsorbeerd te raken door de engere technische aspecten van de opdracht, dat verder reikende consequenties uit het oog worden verloren. De film Dr. Strangelove geeft een briljant satirisch beeld van de bemanning van een bommenwerper, die geheel opgaat in de veeleisende technische onderdelen van zijn taak een nucleaire aanval op een land te ontketenen. De proefpersonen in onze experimenten raken eveneens geheel verzonken in procedurekwesties, zij doen hun best de woordcombinaties zo duidelijk mogelijk gearticuleerd uit te spreken, 'en nemen een uiterste zorgvuldigheid in acht bij het overhalen van de hendels. Zij willen hun werk zo goed mogelijk verrichten, maar geven daarbij tegelijkertijd blijk van een verenging van morele overwegingen. De proefpersoon legt de meeromvattende taak van het vaststellen van doeleinden en zedelijke maatstaven in handen van de autoriteit die hij dient.

De meest voorkomende wijziging in het denken van de gehoorzame proefpersoon is, dat hij zich niet langer voor zijn daden verantwoordelijk acht. Hij onttrekt zich aan elke aansprakelijkheid door elk initiatief aan de proefleider, een legitieme autoriteit, over te laten. Hij beschouwt zichzelf niet langer als iemand wiens gedrag aan zedelijke maatstaven onderworpen kan worden, maar als een werktuig van een externe autoriteit. Tijdens de interviews die na afloop van de experimenten gehouden werden, was een typerend antwoord op de vraag waarom de proefpersoon door was gegaan: 'Uit mijzelf zou ik het nooit gedaan hebben. Ik deed alleen maar wat me gezegd werd.' Omdat zij niet in staat zijn het gezag van de proefleider te trotseren, schuiven zij alle verantwoordelijkheid op hem af. Het is het bekende verhaal van 'alleen maar je plicht te doen' dat steeds weer in de pleidooien van de beklaagden in de Neurenberger processen naar voren kwam. Maar het zou niet juist zijn om hier alleen maar een mager alibi in te zien dat voor die speciale gelegenheid was opgesteld. Het is een veeleer een fundamentele denkwijze die door een zeer groot aantal mensen in een ondergeschikte positie in een gezagsstructuur gedeeld wordt. Het ontbreken van een gevoel van verantwoordelijkheid is de meest verreikende consequentie van onderwerping aan een autoriteit.

Hoewel iemand die op commando handelt, daden verricht die met alle zedelijke beginselen in strijd lijken te zijn, zou het niet juist zijn om te stellen dat hij zijn morele gevoelens verliest. Deze krijgen alleen maar een totaal andere richting. De morele maatstaven van de proefpersoon gelden niet meer zijn daden, maar de mate waarin hij aan de verwachtingen voldoet die de proefleider van hem heeft. Een soldaat in oorlogstijd vraagt zich niet af of het bombarderen van een dorp goed of kwaad is; hij ondergaat bij het vernietigen ervan geen gevoelens van schaamte en schuld; zijn trots of schaamte geldt alleen maar de manier waarop hij zich van zijn opdracht gekweten heeft.

Een andere psychologische kracht die in de experimentele situatie werkzaam is, zou aangeduid kunnen worden met de term 'contra-antropomorfisme'. Tientallen jaren lang hebben psychologen zich gebogen over de primitieve neiging van de mens om levenloze objecten en krachten menselijke eigenschappen toe te dichten. Een daaraan tegenovergestelde neiging is echter het toekennen van een onpersoonlijke kwaliteit aan krachten die in oorsprong en hoedanigheid wezenlijk menselijk zijn. Sommige individuen behandelen systemen van menselijke oorsprong alsof zij geheel los staan van de grillen en gevoelens van de mens. Het menselijk element achter instellingen en instanties wordt geloochend. Op deze wijze wordt een aansporing van de proefleider als 'het experiment eist dat u doorgaat' opgevat als een gebod dat elk menselijk bevel te boven gaat. Hij vraagt niet, zoals voor de hand lijkt te liggen, 'Wiens experiment? Waarom zou ik de proefleider van dienst zijn en het slachtoffer pijn laten lijden?' De wensen van een bepaald iemand - de ontwerper van het experiment - zijn deel gaan uitmaken van een schema dat een invloed op de proefpersoon uitoefent die elk persoonlijk element op de achtergrond dringt. 'Het moet doorgaan. Het moet doorgaan,' zei een van de proefpersonen steeds maar weer. Hij gaf zich er geen rekenschap van dat het een mens zoals hijzelf was die wilde dat het doorging. De persoon achter het onderzoek was uit zijn gezichtsveld verdwenen en 'Het Experiment' had een eigen, onpersoonlijke stuwkracht verkregen.

Geen enkele handeling heeft een onveranderlijk, op zichzelf staand psychologisch karakter. De betekenis ervan wordt gewijzigd wanneer het in een andere context wordt geplaatst. Onlangs citeerde een Amerikaanse krant een piloot, die weliswaar erkende dat de Amerikanen Vietnamese mannen, vrouwen en kinderen met bommen bestookten, maar die tegelijkertijd van mening was dat het bombarderen een 'edel doel' diende en daarom gerechtvaardigd,was. Op dezelfde wijze zien de meeste proefpersonen die bij het experiment betrokken zijn hun gedrag in een bredere context, die gunstig en nuttig voor de samenleving is - het streven naar wetenschappelijke waarheid. Het psychologisch laboratorium kan sterke aanspraken op legitimiteit maken en schenkt de mensen die er komen om aan proeven deel te nemen een grote mate van vertrouwen.

De situatie in Duitsland bezat tenminste éen wezenlijk kenmerk dat bij onze experimenten niet bestudeerd werd namelijk de intense degradatie van het slachtoffer die aan het optreden tegen hem voorafging. Heftige anti-joodse propaganda bereidde het Duitse volk meer dan tien jaar voor op de fysieke vernietiging van de joden. Stap voor stap werden de joden uit de categorieën burger en Duitser verwijderd; tenslotte werd hun ook het recht op de status menselijk wezen ontzegd. Systematische degradatie van het slachtoffer leidt tot een zekere mate van psychologische rechtvaardiging voor een gewelddadig optreden en heeft dan ook bij geen enkele massamoord, pogrom of oorlog ooit ontbroken. Naar alle waarschijnlijkheid zou het voor onze proefpersonen makkelijker geweest zijn om het slachtoffer de schokken toe te dienen, als deze eerst op overtuigende wijze als een beestachtige misdadiger of perverteling was afgeschilderd.

Een groot aantal proefpersonen hadden er tot op zekere hoogte bezwaar tegen wat zij de leerling aandeden, en velen protesteerden, zelfs terwijl zij bleven gehoorzamen. Maar tussen gedachten of woorden en de beslissende stap van ongehoorzaamheid aan een kwaadaardige autoriteit staat een kritieke eigenschap: het vermogen om waarden en opvattingen ook in daden om te zetten. Sommige proefpersonen waren er volledig van overtuigd dat wat zij deden verkeerd was, maar konden er niet toe komen om openlijk met het gezag te breken. Anderen putten een zekere bevrédiging uit hun opvattingen en hadden het idee dat zij - innerlijk tenminste - aan de kant van de engelen gestaan hadden. Zij zagen niet in dat subjectieve gevoelens, voor zover deze niet in concrete gedragingen vertaald worden, maar weinig met het morele dilemma in kwestie te maken hebben. Politieke controle komt via gedragingen, niet via gevoelens tot stand.

Wanneer bewakers van een concentratiekamp toelaten dat er onschuldige mensen voor hun ogen afgeslacht worden, is het nauwelijks meer belangrijk wat voor opvattingen zij er daaromtrent op na houden. Zo was ook het 'verzet van de geest' in bezet Europa - een gedachtekronkel die mensen deed geloven dat zij de bezetters weerstonden - niet meer dan een toegeven aan een psychologisch verdedigingsmechanisme, dat het geweten kon ontlasten. Tirannieën worden in stand gehouden door nuchtere mensen, die niet de moed kunnen opbrengen om hun opvattingen ook na te leven. Tijdens het experiment waren er steeds weer mensen die hun eigen gedrag afkeurden, maar die ondanks dat niet I in staat bleken om hun gevoelens in daden om te zetten.

Een variatie op het experiment verbeeldde een dilemma dat vaker optreedt dan het hierboven geschetste probleem: de proefpersonen kregen in dit tweede geval namelijk geen opdracht de knoppen zelf in te drukken, hun werd alleen maar gevraagd een ondergeschikte taak uit te voeren (het afnemen van de woordcombinatietest), terwijl iemand anders de schokken toediende. Bij deze opstelling gingen 37 van de 40 volwassenen uit New Haven en omstreken door tot het hoogste schokniveau waartoe de generator in staat was. Zoals te verwachten was, rechtvaardigden de proefpersonen hun gedrag, door te stellen dat de verantwoordelijkheid in feite bij de man aan het schakelbord berustte. Dit kan als voorbeeld dienen voor een situatie die maar al te vaak in een gecompliceerde samenleving optreedt: het is psychologisch gezien makkelijk om elke verantwoordelijkheid te loochenen, wanneer je maar een schakeltje in een lange keten bent en niet direct betrokken wordt bij de resultaten van het proces waaraan je deel hebt. Zelfs Eichmann walgde bij zijn bezoeken aan de concentratiekampen; zijn aandeel in de massamoord bestond alleen maar uit de administratieve rompslomp die hij aan zijn bureau kon afwerken. Tegelijkertijd kon de man die de ampullen Zyklon-B in de gaskamers liet vallen zijn gedrag weer rechtvaardigen door de overweging, dat hij alleen maar orders van hogerhand opvolgde. Zo kan de totale handeling in stukken worden verdeeld, waardoor degene die het eerste besluit neemt niet met de consequenties van zijn optreden geconfronteerd wordt. Het individu dat de volledige aansprakelijkheid voor de handeling op zich neemt is in lucht opgelost. Dit is misschien wel het meest algemene kenmerk van het sociaal georganiseerde kwaad in onze samenleving.

Het probleem van gehoorzaamheid ligt daarom ook niet uitsluitend op psychologisch terrein. De structuur van de maatschappij en de manier waarop deze zich ontwikkelt spelen ook een belangrijke rol. Misschien is er eens een tijd geweest waarin de mens in staat was op elke situatie volledig menselijk te reageren, omdat hij er inderdaad ook volledig als mens bij was betrokken. Maar vanaf het moment dat er zekere mate van arbeidsverdeling optrad, kwam hier verandering in. Zodra de versnippering van de samenleving in mensen, die elk een beperkte en zeer gespecialiseerde taak uitvoeren, een bepaald niveau bereikt heeft, boeten leven en werk aan menselijkheid in. Als iemand de situatie niet meer volledig kan overzien, verliest hij zijn greep op het geheel. Dan onderwerpt hij zich aan het gezag, en vervreemdt zo van zijn eigen handelingen.'

Stanley Milgram, in: Grenzeloze gehoorzaamheid, Bruna 1975.

Dissidenten

Mensen die zich niet bij voorbaat conformeren zouden we autonoom kunnen noemen en kunnen prijzen vanwege hun non-conformisme.

De praktijk is anders. Diegenen die zich te zeer niet conformeren of in het geheel niet meedoen - de gekken, dwazen en einzelgängers - bekijken we met argusogen en stoten we vervolgens uit de groep.

Hartverscheurend is om te zien hoe, bijvoorbeeld, bepaalde regimes omgaan met personen die afwijkende meningen verkondigen, met degenen die zich niet conformeren. Denk aan Birma, aan Noord Korea.

Het gaat die regimes er minder om dat de dwarsliggers zo machtig zouden zijn en daarom beknot moeten worden in hun vrijheid als wel dat ze niet meelopen en daardoor afbreuk doen aan de legitimiteit van het betreffende regime.

Op een ander niveau zie je dit ook in Westerse landen, ook in Nederland.

Zo speelt al meer dan drie decennia de zaak rondom de heer Spijkers, toen werkzaam in het leger, die weigerde te verklaren dat een soldaat gestorven was door eigen onachtzaamheid (de soldaat stierf door een ondeugdelijke mijn of granaat).

Deze meneer is vervolgens op alle mogelijke niveaus binnen de Nederlandse overheid zoveel mogelijk beschadigd en kapot gemaakt. Niet zozeer om wat hij zei maar omdat hij dwarslag.

Een variant hierop is de zaak in de jaren zeventig rondom Willem Oltmans, een journalist die kritisch tegenover de Nederlandse overheid stond en vervolgens niet meer aan het werk kwam en, een paar jaar terug, de zaak rondom de heer Bos.

Bos was degene - de klokkenluider - die de grote bouwfraude begin deze eeuw, tegen de zin van de Nederlandse overheid in, aan het licht bracht. Als dank voor zijn diensten is hij jarenlang vervolgd en aan de bedelstaf gebracht door diezelfde Nederlandse overheid.

Wat ik hier meld op het niveau van de staat geldt natuurlijk ook op het niveau van de organisatie, het bedrijf, de gemeente, de straat, de klas, de vriendengroep, het gezin - kortom de groep.

Altijd en overal is de boodschap aan dissidenten, dwarsliggers, klokkenluiders en wat dies meer zij hetzelfde: pas op, doe het niet, je neemt een groot risico als je je niet conformeert, wij zouden het wel eens niet goed kunnen vinden, wees beducht op wraak! En onbewust weten we dat allemaal.