Ouder worden

Kleuter, puber, volwassene..... Ouder worden is van de ene levensfase in de andere glippen. Vaak ongemerkt en pas gevoeld als je terugkijkt op de voorbije jaren. Pas achteraf realiseer je je dan dat je nu anders in het leven staat.

Naarmate je ouder wordt blijken zaken van vroeger die toen zo belangrijk leken, dat nu veel minder. Tegelijkertijd stel je jezelf vragen die fundamenteler van aard zijn. Hoewel dit kan verwarren, geeft het tevens ruimte. Ruimte om te leven en andere keuzes dan die van vroeger te maken.

Je ziet ook dat iemand pas in een latere levensfase er aan toe is oud zeer uit een eerdere fase op te ruimen. Dan pas vindt die persoon voldoende kracht om met zichzelf de confrontatie aan te gaan.

Ook voel je je soms wel prettig in de ene, maar niet in de andere fase. Waarom niet? vraag je je dan af. Wat is nu zo anders in mijn leven? Ben ik veranderd? Of is mijn wereld veranderd en ik juist niet?

Kenmerkend voor ouder worden is ook dat naarmate je ouder wordt, het leven een andere betekenis krijgt.

Waar in de eerste levenshelft veelal jeugdige nieuwsgierigheid en de dorst naar geluk en status voorop staan, krijgen in de tweede levenshelft vaak zingeving en spiritualiteit grotere nadruk. Het lijkt wel alsof mensen dan pas willen beseffen dat het leven eindig is.

Dertig

Bij de meeste mensen is er een groot verschil tussen hoe ze eigenlijk zijn en hoe ze doen. De persoonlijkheid kan in deze periode leren dat zij niet een afgeleide is van de omgeving en in ruimere zin van de samenleving, maar een instrument ten dienste van de essentie, het zelf. Hans Korteweg, in: Nog vele jaren, Servire 1995.

Veertig

Er zijn van die momenten in je leven dat je weer eens goed gaat nadenken waar je nu eigenlijk mee bezig bent.' vertelt een 40-jarige die veel gereisd heeft. 'Ik heb altijd gedacht dat ik tot mijn 40ste mocht nemen van het leven, en daarna ook moest gaan geven. Er moet nu een soort evenwicht komen dat je ook "goed doet" in het leven en niet alleen maar eruit haalt wat er in zit. Marja Pruis, in: Meisjes van 40, 2003.

Vijftig

Later, ik zal zevenenveertig geweest zijn, kwam er opnieuw een omslag in mijn leven. Misschien heeft dat samengehangen met het feit dat mijn dochter uit huis ging, het afsluiten van een bepaalde periode.

Ik was op een punt in mijn leven gekomen dat tijd een prominente rol begon te spelen en was daar vrij somber over. Het gevoel dat veel mensen rond hun vijftigste krijgen, kreeg ik halverwege veertig.

Ouder worden, vijftig worden, aan de verkeerde kant van de streep zitten, al die dingen waren een schrikbeeld voor me. Fleur Bourgonje, in: Het leven is de speelbal van de tijd, RM de Boer, Elmar 1999.

Zestig

De oude Grieken noemden 60 de leeftijd van de filosoof - de mens die zoekt naar de diepste betekenis van de dingen en de fundamentele waarden. De filosoof begint bij zichzelf. Hij kent zichzelf in zijn betrekkelijkheid én onvergankelijkheid. Hij relativeert zonder cynisme en stelt zonder dogmatiek. Hans Korteweg, in: Nog vele jaren, Servire 1995.

Innerlijke gemoedsrust

Ik zeg innerlijke gemoedsrust. Je treft dit aan bij een monnik in meditatie, een soldaat in het heetst van de strijd, of een machinebankwerker die de laatste fractie van een millimeter van een werkstuk afdraait. Deze innerlijke gemoedsrust doet zich voor op drie niveaus:

Fysieke rust schijnt het makkelijkst te bereiken, hoewel ook hierbij sprake is van vele niveaus, wat onder andere blijkt uit het vermogen van Hindoe-mystici vele dagen levend begraven te blijven.

Mentale rust, waarbij de gedachten helemaal niet meer afdwalen, schijnt minder makkelijk te verwezenlijken, maar het kan worden bereikt.

Maar waardenrust, waarbij men helemaal geen afleidende verlangens meer heeft en alleen eenvoudig zonder wensen leeft, schijnt het moeilijkst. Robert Pirsig, in: Zen, en de kunst van het motoronderhoud, Prometheus 2001.

Eenzaamheid

De oud geworden mens, in zijn gemeenzaam geworden zijn met de dood, is meer vertrouwd geraakt met het àl-een zijn, dat thans de kern gaat vormen van het alleen-zijn.

Dit alleen-zijn zal nu eens meer de kenmerken dragen van een berusting, dan meer van werkelijke aanvaarding. ...

Ouderdom als zodanig bergt in zich de mogelijkheid - en soms ook het vermogen - tot wijsheid te komen.

Deze wijsheid is niet slechts gelegen in een relativering van de menselijke waarden, maar vooral in de erkenning van een vereenzaming, welke niet als verlatenheid wordt ervaren, maar de mens kan doen rijpen tot een zelfovergave. Dr. E.A.D.E. Carp, in: Eenzaamheid, Bijleveld 1964.

Dood

Het is echter een heel belangrijke interesse van de ouder wordende mens om zich juist met de mogelijkheid van de dood vertrouwd te maken.

Een zo te zeggen onafwijsbare vraag komt op hem af en hij zou daar een antwoord op moeten geven. Carl Jung, in: Herinneringen, dromen, gedachten, een autobiografie, Lemniscaat 1999.