Wees ontvankelijk en ervaar

De filosoof Schopenhauer (1788-1860) was een pessimist en schreef met die bril op over tal van zaken, maar vooral over hoe om te gaan met het leven.

Hij schreef onder meer de Eudämonologie, de Leer van de Gelukzaligheid, een 50-tal leefregels over hoe gelukkig te worden. Of, liever gezegd, hoe je het ongeluk zoveel mogelijk buiten de deur houdt.

Naar het idee van Schopenhauer was het onmogelijk om echt gelukkig te zijn want leven is lijden, van begin tot eind. Een gelukkig leven is daarom vooral een leven waarin je pijn en verdriet beperkt, geen kans geeft of juist accepteert. Als je je daarop focused, leidt dit tot een leven in balans; een tikje saai weliswaar, maar zeker ook vredig en rustig.

Hoewel dit op het eerste gezicht een sombere boodschap lijkt, biedt dit juist ook mogelijkheden. Het sluit aan bij het Boeddhisme en komt, vertaalt naar de moderne tijd, vooral neer op loslaten (niet teveel moeten), accepteren van wat is (het lot), minder willen (tevreden zijn met wat je hebt), leven in het nu, leven naar je ideeën en waarden, leven vanuit balans.

Schopenhauer zelf leunde uiteraard op de oude filosofen. En velen na hem juist op hem. De naar mijn mening twaalf mooiste regels uit de Leer van de Gelukzaligheid staan hieronder.

Regel 1
Geniet van het heden

In het paradijs geboren zijn we allemaal. Want elk mens betreedt deze wereld vol van aanspraken op geluk en genot, en met de dwaze hoop die aanspraken in werkelijkheid om te kunnen zetten.

Totdat het lot ons duidelijk maakt dat we niets bezitten, dat alles aan het lot behoort. Geld, bezit, ons lijf. Dan beseffen we dat het beste wat deze wereld te bieden heeft enkel een pijnloos en kalm heden is.

We doen er verstandig aan dit leven in het heden niet te verpesten door rusteloos te verlangen naar iets beters of door ons bezorgd te maken over de onzekerheid die altijd in de toekomst - immers, het domein van het lot - ligt besloten.

Het heden is het enig zekere wat er is en het leven is slechts heel veel vergankelijk heden. Daarom, geniet van het heden. Meer is er niet.

Regel 2
Vermijd afgunst

Seneca, een van de oude filosofen, zei al: 'Je zult nooit gelukkig zijn als het je kwelt dat een ander gelukkiger is dan jij' en 'Niets is zo onverzoenlijk en bitter als de afgunst.' Vermijd daarom afgunst, het helpt je in het leven in geen enkel opzicht, niet om je leven te leven, niet om verder te komen, integendeel.

Regel 16
Houd op naar geluk en genot te zoeken

In het paradijs geboren zijn we allemaal. Elk mens betreedt deze wereld vol van aanspraken op geluk en genot met de dwaze hoop die aanspraken in werkelijkheid om te zetten.

Totdat het lot ons duidelijk maakt dat we niets bezitten, dat alles aan het lot behoort. Geld, bezit, ons lijf. We leren door ervaring op ervaring dat geluk en genot slechts droombeelden zijn, hersenspinsels, maar dat daarentegen verdriet, pijn en lijden echt zijn en direct gekend kunnen worden zonder dat enige hoop ons daarbij helpt.

Wanneer en als we dit beseffen, houden we op naar geluk en genot te zoeken en streven we er enkel nog naar zoveel mogelijk pijn en lijden te ontlopen. Het beste wat dit aardse bestaan te bieden heeft, is een pijnloos, rustig te verdragen zijn. Zonder angstige bezorgdheden of gekoesterde verlangens die onvervulbaar zijn.

Regel 21
Geef aandacht en zorg op fragmentarische wijze

Wat we tegenkomen in het leven staat meestal op zichzelf, is fragmentarisch van aard, en kent onderling verband noch interne logica.

We dienen dan ook niet deze zaken in een groot, sluitend verband proberen te passen maar daarentegen onze aandacht en zorg even fragmentarisch in te richten.

Dit betekent dat we elke zaak op haar eigen merites en in haar eigen tempo moeten overdenken en afhandelen zonder ons te bekommeren om al het overige. Dit houdt ook in dat we kunnen genieten van dat wat er is - hoe klein dan ook - zonder ons te laten overweldigen door gedachten aan dat wat ons wacht.

Wel is het belangrijk om, wanneer nodig, enige discipline en zelfdwang te betrachten, hierdoor sterke dwang van buitenaf, die immers meestal zonder enige consideratie of mededogen is, voorkomend.

Regel 23
Pas je plannen aan aan datgene wat er is en niet omgekeerd

We maken in ons leven weliswaar talloze plannen maar zijn in de uitvoering van die plannen daarbij geheel afhankelijk van wat het lot voor ons in petto heeft.

De kunst is dan ook onze plannen aan te passen aan wat ons geboden wordt, en niet omgekeerd. Meestal gaan de aanpassingen die we dan maken zover dat we, terugkijkend, nauwelijks nog iets van onze oorspronkelijke plannen herkennen.

Regel 25
Waardeer wat je hebt, niet wat je niet hebt

We zijn gewend om bij alles wat niet van ons is, ons voor te stellen hoe het zou zijn om dit wel te hebben, waardoor we het ontbreken ervan in ons leven voelbaar maken. Echter, in plaats daarvan doen we er verstandiger aan onszelf zover te brengen om hetgeen we bezitten of van ons kunnen noemen - eigendom, gezondheid, vrouw en kind, geliefde - waarderen zoals we zouden doen ingeval het ons zou worden ontnomen. Meestal beseffen we dan pas echt de waarde van dat wat we van ons mogen noemen.

Als dit ons lukt zal, ten eerste, datgene wat we bezitten ons veel meer bevrediging en geluk schenken dan het nu doet. En ten tweede zullen we er alles aan doen om dat wat we bezitten en zo waarderen, niet aan gevaar bloot te stellen en niet te verliezen.

Regel 30
In ergens moeite voor doen ligt uiteindelijk het genot

De mens wil altijd zijn krachten doen gelden en ervaren hoe dat dan is. Het moeite moeten doen, de strijd aangaan en het overwinnen van obstakels, en de bevrediging die in het winnen ligt besloten, is samengenomen het grootste geluk van het bestaan. Immers, het waarnemen van het eigen succes geeft je de garantie dat je je behoeften zelf, zonder hulp van anderen, kunt vervullen. En dat maakt trots en zorgt ervoor dat je blij bent met je bestaan.

Het stille niets wat in rustig genieten besloten ligt, houdt de mens, wars van stilstand en rusteloos als hij van nature is, niet lang vol (dat is de reden dat je je op lange plezierreizen soms zeer ongelukkig voelt). Daarom, wil je plezier en genot vinden in je leven, is het zaak dat je doet en onderneemt, minimaal je geestelijk ergens mee verbindt of iets leert. Desnoods creeer je daarbij je eigen uitdagingen.

Regel 31
Leef naar je waarden en ideeën, niet naar je fantasieën

Neem waarden en ideeën als leidraad bij je aspiraties voor het leven. Hoewel ze abstract en algemeen zijn en daarom in elke situatie opnieuw concretisering en detaillering behoeven, blijven ze altijd waar en bieden ze een stevig fundament voor de richting die je hebt te gaan in het leven.

Meestal echter gebeurt het tegendeel en laten we fantasieën onze aspiraties vormgeven en de richting van ons leven bepalen. Vooral in onze jeugd doet we dat graag. We leggen het geluk wat we beogen - een mooi huis, landelijk leven, de liefde - vast in de vorm van beelden die, omdat ze zo aanschouwelijk en zonder enige diepte en reflectie zijn, directer op onze wil inwerken.

Echter, het zijn ook beelden die vaak een half of heel leven lang spookbeelden blijken te zijn. Want zijn we eenmaal daar waar ze ons stuurden, verdwijnen ze in het niets, en zien we dat ze helemaal niets bevatten van dat wat ze ooit beloofden.

Regel 34
Geluk hebben we niet in eigen hand

Wanneer je op je leven terugkijkt en beseft hoeveel geluk je bent misgelopen en ongeluk je naar je toe hebt getrokken, kun je makkelijk jezelf van alles verwijten.

Dat is echter zelden terecht want ons leven is geenszins enkel ons eigen werk maar het product van twee factoren. Namelijk, enerzijds het lot, de reeks van gebeurtenissen buiten onze invloed om, en anderzijds de reeks van onze eigen beslissingen.

In beide gevallen is ons blikveld beperkt, zodat we maar zelden dat wat buiten onze invloed ligt juist kunnen duiden of voorspellen, en we evenzo weinig tijd hebben om tot de juiste beslissingen voor onszelf te komen.

We kunnen alles enkel vanuit het hier en nu kennen. Dat geldt voor zowel onze beslissingen als voor hoe we de importantie bepalen van dat wat om ons heen gebeurt. We doen ons best, in de hoop dat wat we doen, ons dichter bij ons doel brengt.

Onze voornemens en het lot kun je vergelijken met twee krachten die elk een verschillende kant uitgaan. De lijn die daaruit resulteert, een zigzaglijn, is onze levensloop.

Regel 35
Accepteer dat de tijd alles verandert

Vaak werken we naar iets toe dat, als we het uiteindelijk voor elkaar krijgen, niet meer bij ons past. Of we bereiden ons járen voor op iets terwijl de voorbereiding ons juist - ongemerkt - berooft van de kracht die nodig is voor het volbrengen van dat iets.

We willen het niet zien en nemen het bijna zelden mee bij het maken van onze plannen maar de tijd verandert alles, ook onszelf. Dit accepteren is daarom een schone taak. Dàt we het ons niet altijd realiseren, heeft ook zijn goede kanten. Immers, startend vanuit dit besef zouden we bijna nooit tot iets komen.

Regel 38
Wees ontvankelijk en ervaar

Eenieder leeft in een eigen wereld die anders is naargelang het anderszijn van het brein. In overeenstemming hiermee verschijnt de wereld als arm en dor dan wel als flauw en vlak of als interessant en betekenisvol.

De invloed van lot, omgeving en omstandigheden zijn daarbij echter oneindig minder belangrijk dan de verscheidenheid van het brein, welke immers door de natuur is gegeven en die onherroepelijk is.

Het doet er daarom, in het goede en kwade, veel minder toe wat iemand in het leven tegenkomt en ervaart dan hoe en in welke mate iemand ontvankelijk is voor wat er in het moment gebeurt, dat ervaart, en wat hij er vervolgens mee doet.

Ten onrechte benijdt de een de ander om wat hij meemaakt aan interessants in het leven. Zinniger is iemand in plaats daarvan te benijden om zijn ontvankelijkheid waardoor hij gebeurtenissen kan opmerken en, vervolgens, ervaren.

Regel 42
Stop met voorbereidingen treffen

Een van de meest voorkomende dwaasheden is dat je omslachtige voorbereidingen tot het leven treft, wat de aard van dit leven ook mag zijn, in plaats van het leven te leven zoals het komt.

Allereerst wordt hier het idee van een vervuld mensleven toe gerekend. Dit is echter maar voor weinigen weggelegd terwijl zelfs wanneer je lang leeft, dit toch te kort is voor de plannen die je had omdat de uitvoering ervan altijd meer tijd kost dan je gedacht had. Verder staan deze plannen, zoals alle menselijke aangelegenheden, bloot aan mislukking en obstakels. Ze worden daarom zelden tot een goed einde gebracht.

En wanneer ten slotte alles bereikt is, heb je er geen rekening mee gehouden dat de mens zelf met de jaren verandert en noch voor presteren noch voor genieten dezelfde capaciteiten behoudt: datgene waarvoor hij zijn hele leven heeft gewerkt, is in zijn ouderdom ongenietbaar - hij is niet meer in staat de zo moeilijk bereikte positie te vervullen.

De dingen komen dus te laat voor hem. Of ook omgekeerd: hij komt te laat met de dingen, als hij iets bijzonders had willen presteren of tot stand brengen. De smaak van de tijd is veranderd: een nieuwe generatie heeft er geen belangstelling voor, anderen zijn hem via een kortere weg voor geweest - wat vermoei je je geest die toch te zwak is voor eeuwige plannen (Horatius).

De aanleiding voor deze veel voorkomende misgreep is de natuurlijke misleiding waardoor het leven vanaf het beginpunt eindeloos lang lijkt of, wanneer je vanaf het einde van de levensweg terugkijkt, uiterst kort toeschijnt (toneelkijker). Maar deze misleiding heeft haar goede kant want zonder haar zou er amper ooit iets groots tot stand komen.

Eudämonologie

Schopenhauer schreef zijn hele leven eigenlijk over maar één onderwerp: hoe om te gaan met het leven. En aangezien hij een pessimist was, had hij daar een nogal zwartgallige kijk op: leven is lijden. Punt.

Zijn Eudämonologie was toen Schopenhauer dood ging nog niet af. Sterker nog, het bevond zich in een beginnend stadium en bestond uit enkele series losse aantekeningen verspreid over de schriften die hij gebruikte voor zijn aantekeningen.

Pas de vorige eeuw is door een Duitse meneer uit alle geschriften van Schopenhauer (Die handschriftlicher nachlass) de Eudämonologie bij elkaar gezocht, van aantekeningen voorzien en gebundeld tot een boekje.

De regels en de inleiding van de Eudämonologie hadden dus nog niet hun defnitieve vorm gekregen. En wie de tekst leest, merkt dat; sommige stukken zijn behoorlijk warrig, aan andere is nauwelijks een touw vast te knopen.

In ieder geval was dat een reden om de vertaling van de regels wat meer naar het moderne Nederlands te trekken en hier en daar de teksten te redigeren.

Mocht je interesse hebben in een kant en klaar boek over de Eudämonologie: in 2004 is een Nederlandse vertaling verschenen onder de titel De kunst om gelukkig te zijn.