Lusten en driften vertalen

In een klein, goedkoop hotel in Bamako, Mali, zit ik aan een laag tafeltje op de binnenplaats. Terwijl ik aarzel en niet goed weet hoe dit stuk te beginnen, zie ik schuin voor me een bevallige jonge vrouw, emmer en dweil in de hand, komen aanlopen.

Ze stopt, draait zich om en begint, wijdbeens, en met gestrekte armen, de vloer te dweilen. Ze draagt enkel een pani en in die dunne veelkleurige stof tekenen zich twee mooie strakke billen af die, op het ritme van het dweilen, dan links dan rechts, op me af komen en snel groter worden.

Ik voel lust, merk ik. Lust om die billen aan te raken, te voelen onder mijn handen, want ik heb iets met vrouwenbillen, vooral mooie strakke. Maar ik doe dit niet. Ik ben bijna 55, gelukkig getrouwd, en netjes opgevoed.

Ik vertaal daarentegen mijn lustgevoelens naar gedrag wat ik bij mij, op mijn leeftijd en met mijn achtergrond, in deze omgeving met deze vrouw, gepast acht.

Ik schrijf mijn vingers stuk. Ik neem de houding aan van de wijze oudere man die alles al heeft gezien en meegemaakt. Ik denk aan mijn eigen vrouw en probeer en passant indruk te maken op déze vrouw, dit lieflijk wezen aan de schoonmaak. Opdat ze me mag en respecteert en ik, uiteindelijk, een soort contact met haar heb en tegelijkertijd trots op mezelf kan zijn.

Sublimeren

Dat wat ik doe, dit vertalen van mijn lustgevoelens naar iets anders, noem je sublimeren. Het vertalen van het meest dierlijke in ons naar gedrag dat acceptabel is tussen mensen én mij een min of meer gelijke bevrediging geeft. Ik voeg me in de cultuur die ons mensen daar en op dat moment bindt.

En zo doen we dat allemaal, de hele dag door. Onze driften, lusten en angsten vertalen - transponeren - naar het beschaafde, het sociaal geaccepteerde en cultureel bekende. Het dierlijke transcendeert, onder invloed van ons denken en de ratio, naar het intermenselijke en culturele.

Dit vertalen gaat meestal vanzelf. We leren dit in onze opvoeding - niet kijken, dat is onbeleefd; niet met je plasser spelen, dat is vies; líef zijn, dan vindt mama je ook lief - en ergens is er ook een diepgeworteld weten, een innerlijk besef, dat als we dit níet doen, we gevaar lopen onszelf en de anderen te verliezen.

Anarchie, ongeremdheid, jezelf uitleven, de boel in elkaar slaan. Het loopt altijd slecht af. Dat weten we, dat zien we in onze omgeving, dat hebben we meegekregen. Dan maar ons gedrag plooien naar dat wat hoort en zekerheid biedt.

Onszelf verliezen

Het vervelende hieraan is echter wel dat we onszelf makkelijk kwijtraken en vervolgens verliezen in dat dunne laagje beschaving, denken en cultuur wat we over ons primaire gedrag heen leggen. Dat we de zaken feitelijk omkeren en de nadruk daar leggen waar hij niet hoort te liggen.

De braafste jongen van de klas willen zijn, altijd maar aardig en beleefd zijn, 24 uur per dag werken, een brave huisvrouw zijn, consumeren tot de dood erop volgt.

Het is een illusie te denken dat daarmee datgene wat onder dat dunne laagje beschaving zit, voorgoed verdwijnt. Kijk bijvoorbeeld eens hoe mensen in oorlogsgebieden met elkaar omgaan. Denk aan Cambodja, Bosnië, Rwanda, of aan Israël/Palestina. Hardheid, liefde en lust, pure haat, verdriet. Het is allemaal duidelijk zichtbaar in de naakte vorm.

Neuroses

Hartverscheurend is het als mensen té rigide sublimatiepatronen krijgen opgedrongen of zichzelf aanmeten. Dat ze uiteindelijk in een keurslijf zitten wat hen totaal niet past. Ze eindigen als neuroten die de aansluiting met het leven niet meer kunnen maken. Ze zijn een wandelend intern conflict geworden.

Wat ze voelen, begeren of vrezen, mogen ze niet meer voelen, begeren of vrezen. Wat ze willen uitleven, kunnen ze niet uitleven. Wat ze uitleven, correspondeert niet met wat ze voelen, begeren of vrezen. Ze zitten totaal op slot, en weten niet meer te leven.

Het onvervulde verlangen

Degenen die het sublimeren tot kunst hebben verheven, blijven dikwijls op een diep niveau nostalgie koesteren naar het rauwe en primitieve wat ze, denken ze, achter zich hebben gelaten of zelfs nooit hebben gekend.

Wellicht onderdrukken ze het.

Omgekeerd is er natuurlijk ook een onvervuld verlangen bij degenen die het sublimeren onvoldoende beheersen.

De boosheid en bitterheid om de beschaving waarvan ze weten dat ze die missen, dat ze daar geen deel van uitmaken.

Het leidt tot vertier waarin het verbodene - binnen kaders - wel genoten kan worden.

Denk bijvoorbeeld aan al het geweld, de porno en het ongeneerde aapjes-kijken op tv. Denk aan het mijmeren over het idyllische boerenleven. Denk aan Lady Chatterly die droomt van en het doet met haar boswachter.

Of denk aan relschoppers, en aan de voetbalsupporters die alles kort en klein slaan. Denk aan de Hells Angels.