Omar Khayyam's Rubaiyat

Omar Khayyam (mathematicus en astronoom, 1048 - 1123) is beroemd geworden door de Rubaiyat, een verzameling van 1200 tot 2000 gedichten, geschreven in het Perzisch.

Veel van deze gedichten zijn waarschijnlijk geschreven door anderen maar zijn bewaard gebleven omdat Khayyam ze optekende. Hijzelf schreef er ongeveer een duizendtal. De verzen zijn enigszins somber van toon en raken aan leven, dood en de zinloosheid van het bestaan.

De gedichten zijn in het westen bekend geworden door verschillende vertalingen, waaronder die van Edward Fitzgerald (1809 -1883). Fitzgerald vertaalde en herschreef, in diverse variaties, een honderdtal verzen. Ook voegde hij er gedichten aan toe. Hieronder een selectie.

II

Dreaming when Dawn's Left Hand was in the Sky,
I heard a Voice within the Tavern cry,
'Awake my Little ones, and fi11 the Cup
Before Life's Liquor in its Cup be dry.'

III

And as the Cock crew, those who stood before
The Tavern shouted - 'Open then the Door!
You know how little while we have to stay,
And once departed, may return no more.

VII

Come, fill the Cup, and in the Fire of Spring
The Winter Garment of Repentance fling:
The Bird of Time has but a little way
To fly - and Lo! the Bird is on the Wing.

IX

But come with old Khayyam and leave the Lot
Of Kaikobad and Kaikhosru forgot:
Let Rustum lay about him as he will,
Or Hatim Tai cry Supper - heed them not.

XI

Here with a Loaf of Bread beneath the Bough,
A Flask of Wine, a Book of Verse - and Thou
Beside me singing in the Wilderness -
And Wilderness is Paradise enow.

XII

'How sweet is mortal Sovranty!' - think some:
Others - 'How blest the Paradise to come!'
Ah, take the Cash in hand and waive the Rest;
Oh, the brave Music of a distant Drum!

XV

And those who husbanded the Golden Grain,
And those who flung it to the Winds like Rain,
Alike to no such aureate Earth are turn'd
As, buried once, Men want dug up again.

XXVIII

With them the Seed of Wisdom did I sow,
And with my own hand labour'd it to grow:
And this was all the Harvest that I reap'd-
'I came like Water, and like Wind I go.'

XXXVIII

One Moment in Annihilation's Waste,
One Moment, of the Well of Life to taste-
The Stars are setting and the Caravan
Starts for the Dawn of Nothing - Oh, make haste!

XXXIX

How long, how long, in infinite Pursuit
Of This and That endeavour and dispute?
Better be merry with the fruitful Grape
Than sadden after none, or bitter, Fruit.

LII

And that inverted Bowl we call The Sky,
Whereunder crawling coop't we live and die,
Lift not thy hands to It for help - for It
Rolls impotently on as Thou or I

LXVII

Ah, with the Grape my fading Life provide,
And wash my Body whence the Life has died,
And in a Winding-sheet of Vine-leaf wrapt,
So bury me by some sweet Garden side.


Uit: Omar Khayyam, Rubaiyat, transl. by E. Fitzgerald, Ad Donker, Craighall SA 1984.

De Rubaiyat

Wie de gedichten leest wordt ongetwijfeld gegrepen door de humor, het vileine en uiteindelijk toch het minimale idee over het leven. De acceptatie ervan, en het daarbinnen proberen te vinden van rust en, in modern speak, jezelf zijn.

Het leven is niet meer dan wat brood met een goed glas wijn. poster van een oude jaren-50 film 'over het leven' van Omar Khayyam

edward fitzgerald

Edward Fitzgerald

Edward Fitzgerald

Edward FitzGerald (1809 - 1883) was een Engels schrijver en vertaler. Zijn faam berust daarop dat hij het werk van Omar Khayyám in het Westen bekendmaakte.

Een vriend stuurde hem een exemplaar van een manuscript van het werk van Omar Khayyam toe, dat hij ontdekt had in een bibliotheek in Calcutta. FitzGerald vertaalde en bewerkte de gedichten en gaf ze in 1859 anoniem uit onder de door hem bedachte titel The Rubáiyát of Omar Khayyám. De term 'rubáiyát' betekent 'kwatrijnen', vierregelige gedichten, in dit geval met het rijmschema aaba.

Deze eerste uitgave trok aanvankelijk weinig publiek. Nadat het echter in 1860 werd 'ontdekt', werd het werk langzaam maar zeker beroemd. Fitzgerald zou nog een drietal versies verzorgen voordat hij overleed. De laatste versie, uit 1879, werd uiteindelijk de nu nog bekende definitieve.

Het werk trok ook buiten Engeland de aandacht en werd in vele talen vertaald, ook in het Nederlands. Naast veel lof was er ook kritiek: Fitzgerald zou wel erg vrij met de oorspronkelijke gedichten zijn omgesprongen en ook zou hij een aantal kwatrijnen zelf hebben verzonnen. Hij gaf dat overigens zelf ook toe.

Het vertaalde werk wordt inmiddels beschouwd als een opzichzelfstaande Engelse klassieker.