De juiste begeleider

Als je je realiseert dat je een psychisch probleem hebt en besluit iemand in de arm te nemen om je te begeleiden bij het oplossen ervan, zijn er verschillende typen hulpverleners waaruit je kunt kiezen (of waarnaar je wordt verwezen). Dit zijn de vrijgevestigde psycho-sociaal werkende (counselor), de psycholoog, de (psycho-)therapeut en de psychiater.

Sommige hulpverleners zijn breed georiënteerd, anderen hebben zich juist gespecialiseerd. Sommigen beperken zich tot eenvoudige klachten, anderen zijn ware alleskunners en kunnen ook met personen met zware klachten werken.

Je komt bij zo'n psycho-sociaal therapeut, counselor, psycholoog, (psycho-)therapeut of psychiater terecht door middel van eigen initiatief of verwijzing door huisarts (POH-GGZ) of bedrijfsarts of (komt ook vaak voor) je chef of afdeling HRM van je werk. Regelmatig ook verwijzen fysiotherapeuten, haptonomen, jeugdzorg en het maatschappelijk werk mensen met klachten door.

Hulpverleners

Wat al deze hulpverleners gemeen hebben is dat ze voor hun vak geleerd hebben op een universiteit of hbo of een andere opleiding gevolgd hebben welke een vergelijkbaar resultaat gaf, goed op de hoogte zijn van wat er allemaal mis kan gaan in een mensenleven, en voor eigen rekening werken.

De algemene opvatting dat therapeuten en psychologen hun beroep kiezen omdat zijzelf als jong kind emotionele pijn hebben gekend of opgroeiden in problematische gezinsomstandigheden, wordt bevestigd door onderzoek (en dat is ook de reden dat je onder deze hulpverleners veel ouderen vindt die pas op latere leeftijd, meestal op basis van eigen ervaringen en problematieken, besloten zich dit vak eigen te maken).

Speciaal aan het vak van psychologische begeleiding is dat, omdat de kwaliteit van het contact tussen cliënt en hulpverlener voor een groot deel het resultaat van de begeleiding bepaalt, de menskwaliteiten van de hulpverlener (empathie, contact maken, communiceren) misschien wel belangrijker zijn om te bepalen of iemand een goed begeleider is of niet dan de opleiding die hij gevolgd heeft, de kennis waarover hij beschikt, en het repertoire aan technische trucen die hij kan laten zien (zie ook verderop onder het kopje Nader vergeleken).

Wanneer je de verschillende hulpverleners naast elkaar zet kun je, in brede stroken, enkele typeringen geven.

Grofweg gezegd houden counselors, psycho-sociaal therapeuten en psychologen zich vooral bezig met psychische begeleiding, (psycho-)therapeuten met persoonlijke verandering en psychische begeleiding en psychiaters met medisch-biologische-psychische begeleiding van mensen met klachten en problemen.

Hieronder bespreek ik de verschillende groepen in detail.

POH-GGZ

Sinds een paar jaar heeft een nieuw soort hulpverlener de markt betreden en dat is de POH-GGZ, de PraktijkOndersteunerHuisarts-GGZ. Dit zijn hulpverleners met uiteenlopende achtergronden, van 1 jarige coach-opleidingen tot universitair psychologie, die bijgeschoold zijn in het diagnosticeren van mogelijke psychische stoornissen, en in dienst zijn van huisartsen.

De POH-GGZ-ers diagnosticeren en verwijzen naar psychiaters, psychotherapeuten en psycho-sociaal therapeuten én verlenen binnen de huisartsenpraktijken op een basaal niveau psycho-sociale ondersteuning aan degenen die daarnaar op zoek zijn.

Het is misschien niet super high-brow en zo diepgaand als mensen misschien zouden willen, maar in heel veel gevallen biedt het precies wat nodig is: even een helpende hand op het psychische vlak.

Psycho-sociaal Therapeuten en Counselors

Counselors en psycho-sociaal therapeuten zijn geschoold in het begeleiden van mensen met lichte psychische klachten en problemen op tal van praktische leefgebieden zoals verlies en rouw, loopbaanontwikkeling, persoonlijke ontplooiing, (werk-)relaties en lichte, gekaderde angstklachten.

Counselors werken vooral in het hier en nu en zijn prima therapeuten wanneer je iemand zoekt die samen met jou een praktisch probleem in je leven kadert en oplost. Ze zijn minder goed toegerust om zwaardere psychische problemen, die hun oorsprong in het verleden van de cliënt hebben, samen met de cliënt te onderzoeken.

Waar in andere landen (Engeland, VS, Frankrijk) de afgelopen decennia talloze nieuwe vormen van begeleiding zijn ontwikkeld, zoals bijvoorbeeld kortdurende gespecialiseerde counselingsopleidingen op HBO-niveau, is dat in Nederland in mindere mate gebeurd. In Nederland heeft de door de overheid erkende beroepsgroep jammer genoeg deze mogelijkheden bewust tegengewerkt. Ze heeft zichzelf op slot gezet en de ontwikkeling van nieuwe vormen van begeleiding aan anderen, vooral aan het vrije veld, overgelaten.

Dit heeft ook tot gevolg gehad dat op het vlak van de counseling en psycho-sociale therapie wildgroei heeft plaatsgevonden waardoor het moeilijk is te beoordelen wie een goede counselor is en wie niet. Ga daarom bij voorkeur naar een ervaren, goedbekendstaande psycho-sociaal therapeut.

Psychologen

Eerstelijnspsychologen en klinisch psychologen zijn universitair geschoold in het kijken naar de mens in mentaal opzicht. Ze hebben een goede kennis van menselijke aspecten zoals het functionele (hoe regelt een mens bijvoorbeeld de slaap), het relationele (hoe verhoudt een mens zich tot zichzelf en anderen), het psychische (hoe is de psyche geankerd in de mens en waaruit bestaat die dan), het emotionele en het gedragsmatige (hoe komt gedrag tot stand). Ze weten ook veel over hoe mensen zich in een leven op al deze vlakken ontwikkelen.

Vanuit deze kennis en, daarmee samenhangend, een goed inzicht in welke problemen hierbij mogelijkerwijze kunnen spelen, zijn psychologen goed in staat cliënten met psychische klachten te begeleiden. Ze doen dit meestal door middel van gesprekstherapie, gesprekken waarin veel ruimte is voor de cliënt zijn verhaal te doen, hij inzichten opdoet en waarin hij, op vaak subtiele wijze, andere denkbeelden krijgt aangereikt.

Psychologen zijn goed in de begeleiding van een brede groep lichte en zwaardere psychische problemen en klachten waarbij vooral inzicht, steun, troost, raad en advies van de kant van de hulpverlener gewenst zijn. Ze zijn meestal uitstekend ingebed in het systeem van de geestelijke gezondheidszorg in een regio.

De klinisch psycholoog is beter geschoold en getraind dan de eerstelijnspsycholoog en heeft zich vaak gespecialiseerd in bepaalde klachtgebieden. Wat betreft kennis en capaciteiten is hij vergelijkbaar met een psychotherapeut.

Het cliché wil dat psychologen in mindere mate oplossingsgericht zijn en rustig járen een cliënt kunnen begeleiden en in dat proces daarmee het risco lopen de cliënt met meer problemen de deur uit te laten gaan dan waarmee hij binnenkwam (hoewel niet dezelfde problemen).

Psychotherapeuten en Therapeuten ECP

Kenmerkend aan psychotherapeuten is dat ze geleerd hebben (a) op een functionele manier een diepgaand contact met de cliënt te onderhouden en (b) specifieke methodes en technieken om veranderingen bij mensen te bewerkstelligen - psychotherapie - toe te passen. Daarnaast hebben psychotherapeuten meestal ook een goede kennis van de psychologie van de mens.

Door deze combinatie van vaardigheden en kennis zijn ze in staat veranderingen binnen de psychische belevingswereld van de cliënt relatief snel voor elkaar te krijgen. Het maakt (psycho-)therapeuten ook tot begeleiders die een breed scala aan zwaardere psychische problemen kunnen oplossen.

Psychotherapeuten zijn vaak eigenzinnige mensen, regelmatig arrogant en zeker van zichzelf. In Nederland vind je verschillende soorten. De eerste groep is, wat je noemt, BIG-geregisteerd. Dit zijn psychologen met een aanvullende opleiding tot psychotherapeut en die geregistreerd staan in het Beroepenregister Individuele Gezondheidszorg.

De tweede groep begeleiders die in deze categorie valt zijn de zogenaamde Therapeuten ECP (Europees Certificaat Psychotherapie). Dit zijn mensen die geen psycholoog zijn maar wel een hbo-opleiding binnen de sociale wetenschappen hebben gevolgd en aanvullend daaraan een speciale therapeutenopleiding. Zij zijn erkend volgens de (moderne) Europese richtlijnen.

De derde groep begeleiders die in deze categorie valt bestaat uit een breed scala hulpverleners die zich op een of andere manier het vak hebben eigen gemaakt, vaak een prima opleiding hebben gevolg en heel goed werk afleveren maar niet over de 'juiste' papieren beschikken. Het zijn vaak op papier Psycho-Sociaal Therapeuten

Psychiaters

Psychiaters zijn medici met extra scholing in de psychiatrie (= geestelijke ziekteleer). Sterk is dat ze een brede en diepgaande opleiding hebben genoten, veel weten van hoe mensen technisch in elkaar zitten, en de meest complexe psychisch-biologische problemen uiteen kunnen rafelen.

Psychiaters zijn goed in begeleiding rondom stoornissen en complexe psychische problemen met een duidelijk lichamelijke ankering. Minder sterk is dat ze nogal eens geneigd zijn psychische problemen enkel als een verlengd intern medisch probleem te zien, en de buitenwereld en de interactie tussen jou en die buitenwereld als onbelangrijk af te doen.

Psychiaters hebben de naam arrogant, ouderwets en betweterig te zijn, jou te zien als een patiënt en niet als cliënt, en bij de begeleiding in ruime mate gebruik te maken van medicijnen, wat regelmatig bij patiënten leidt tot verslaving aan bepaalde middelen en stagnatie in het geestelijke genezingproces.

In het algemeen zullen daarom vooral diegenen die zich liever als patiënt dan als cliënt zien en graag aan de hand worden meegenomen in hun proces zich prettig voelen bij de manier van werken van psychiaters. En juist dat aspect geeft bij deze groep cliënten een grote kans op een positief resultaat.

Naar wie te gaan?

Er zijn grofweg twee mogelijkheden om psychische begeleiding te vinden: middels een verwijzing van je huisarts of POH-GGZ, of door zelf te zoeken op internet of na te vragen bij vrienden en kennissen. Beide aanpakken hebben hun voor- en nadelen. Als je je houdt aan de volgende aanwijzingen, kom je een heel eind.

1. De klik

De mate van 'klik' die je met je begeleider hebt, zijn visie en zijn werkwijze is in hoge mate bepalend voor het succes van de begeleiding.

Ook de menselijke kwaliteiten van de begeleider hebben veel invloed op het proces van verandering, misschien wel meer dan zijn technische kwaliteiten en wijze van benadering. Let daarom op het volgende:

- Vraag in je omgeving na met welke begeleider mensen goede ervaringen hebben en check op internet websites van hulpverleners. Je kunt je dan een beeld vormen van hoe iemand werkt én of je een klik zult hebben met die persoon, zijn visie en zijn werkwijze.

- Vraag jezelf af of je je meer thuisvoelt bij een meer ervaringsgerichte dan wel een hoogopgeleide hulpverlener. De eerste vind je eerder in het zogenoemde alternatieve circuit en de tweede eerder in het reguliere.

- Stel jezelf deze vraag ook met betrekking tot de leeftijd en sekse van de begeleider. Ga daarbij vooral af op je gevoel. Ook op dit vlak geldt dat de mate van klik voor een groot deel het succes van de therapie bepaalt.

- Vraag jezelf af of je meer cliënt dan patiënt bent, of andersom. Wanneer dat patiënt is, zul je je waarschijnlijk het meest thuis voelen bij een hulpverlener die zichzelf ziet als de autoriteit en jou als degene met het duidelijke probleem. Wanneer je je cliënt voelt zul je meer thuis zijn bij een hulpverlener die jou ziet als zijn gelijke en zichzelf als begeleider bij een veranderproces.

2. Specialist of generalist

Vraag jezelf af of je beter geholpen bent met een specialist danwel een generalist.

Bij bijvoorbeeld relatieproblemen, incest, verslavingen, agressieproblemen, zware traumata, dwanghandelingen, autisme, adhd en dergelijke is het verstandig een gespecialiseerde hulpverlener te consulteren. Die heeft veel meer ervaring op dat specifieke vlak dan de breed georiënteerde therapeut of psycholoog en werkt, over het algemeen, sneller en beter en geeft vaker een resultaat dat tot tevredenheid stemt.

3. Begeleiding op maat

Bij een niet zo'n zwaar probleem hoort een niet zo'n zware begeleider. Ga naar een psycholoog of (psycho-)therapeut en niet meteen naar een psychiater, ook al vindt je huisarts/POH-GGZ dat dit het beste is. Een psychiater is er voor stoornissen en zware, veelal duidelijk lichamelijk geankerde psychische problemen. Niet naar een psychiater gaan vermindert in ieder geval de kans op een geneesmiddelenverslaving.

4. Kort is mooi

Besef dat langdurende therapieën en trajecten meestal niet meer kans op succes geven dan kortdurende. Uitzonderingen daargelaten (stoornissen, zware traumata) kloppen de meeste therapieën die langer dan een jaar duren jou (of je verzekeraar) meer geld uit de zak dan dat ze je meer resultaat bieden.

Bij dit vak geldt - zoals bij de meeste ambachten - dat de kwaliteit van de hulpverlener bepalender is voor het resultaat dan de kwantiteit (het aantal sessies). Ga daarom vooral voor een ervaren hulpverlener en stop na maximaal een jaar.

5. Wacht niet te lang

Wacht niet te lang met hulp zoeken als je die echt nodig hebt. Ga wanneer je vier maanden moet wachten voordat je kunt beginnen, naar een ander, ook als dit betekent dat je dit zelf moet betalen. De oplossing van je problemen is je eigen verantwoordelijkheid, niemand anders zal en kan die voor je nemen.

6. Jij moet veranderen

Besef dat degene die anders om zal moeten gaan met het probleem jijzelf bent, niet de hulpverlener. Laat je niet gek maken door blabla-taal. Leun niet achterover, onderwijl wachtend en klagend dat de therapeut 'niet goed is en niets doet.' Psychische begeleiding is niet hetzelfde als een pilletje innemen. Het nemen van verantwoordelijkheid voor de therapie is een belangrijke factor voor succes van het traject.

7. Registraties of niet

Ga wanneer je hecht aan aan het idee dat enkel geregistreerde begeleiders jou kunnen helpen, gerust naar een BIG-psychotherapeut (BIG: Beroepenregister Individuele Gezondheidszorg), ECP-therapeut (ECP: Europees Certificaat Psychotherapie) of een NIP-psycholoog (NIP: Nederlands Instituut Psychologen).

Voel je anderzijds ook vrij om naar een hulpverlener zonder deze registraties te gaan wanneer je minder belang aan dit soort zaken hecht.

Psychiater of therapeut?

Hulpverleners concurreren met elkaar op de markt die de gezondheidszorg ook is.

Psychotherapeuten en psychiaters schilderen andere hulpverleners wel af als wereldvreemde Jomanda's die met gene zijde praten terwijl díe hulpverleners juist psychiaters en psychotherapeuten wel beschrijven als bureaucraten die zweren bij gedragstherapie, behandelprotocollen en uurtje-factuurtje.

Maar wat maakt nu iemand tot een goede (psycho-)therapeut en waar moet je dus als cliënt op letten?

Mevrouw prof.dr. M. Leijssen, hoogleraar en psychotherapeut in België stelt het in haar artikel De therapeut zo:

'Uit onderzoeksoverzichten blijkt herhaaldelijk dat de persoonlijke eigenschappen van therapeuten beslissender zijn voor de therapieresultaten dan de technieken die zij gebruiken of de therapie-oriëntatie waartoe zij behoren ...

Sommige therapeuten zijn succesvol bij elke therapeutische benadering, terwijl anderen steeds negatieve resultaten behalen ongeacht de technieken die ze toepassen. ...

Sommige onderzoeken komen zelfs tot de onthutsende conclusie dat onervaren of niet-professionele hulpverleners even goede en soms zelfs betere resultaten behalen dan ervaren en geschoolde therapeuten ... Op grond daarvan dringt de conclusie zich op dat het aantal jaren ervaring of een professionele training nog niets zegt over de werkelijke bekwaamheid van de therapeut. ...

Men kan er ook uit afleiden dat bij niet-geschoolde hulpverleners essentiële persoonlijke relationele kwaliteiten aanwezig kunnen zijn, waarvoor traditionele therapieopleidingen in hun selectie en vorming te weinig aandacht hebben of dat de traditionele opleidingen misschien zelfs een remmende en ontmoedigende uitwerking hebben op een natuurlijke wijze van optreden.

Wel konden Blatt a. (1996) aantonen dat de succesvolle therapeuten van depressieve patiënten vaker psychologen zijn dan psychiaters. De minst effectieve therapeuten in hun onderzoeksgroep waren meer gericht op medisch-biologische interventies en verwachtten minder van psychologische tussenkomsten. ...

Meerdere studies brengen aan het licht dat succesvolle therapeuten beter omgaan met emotionele uitingen van cliënten: zij tolereren extremere gevoelens van cliënten en durven hen te confronteren met de affectieve impact van situaties. ...

Waar men zou verwachten dat goede therapeuten een specifieke cognitieve stijl aanwenden, suggereert onderzoek dat vooruitgang bij de cliënt voornamelijk plaatsvindt wanneer er overeenkomsten zijn in stijl en wijze van perceptie bij cliënt en therapeut ...'

(Leijssen, M. In: De therapeut, in S. Colijn, J.A. Snijders &W. Trijsburg, (Red.), Leerboek Integratieve Psychotherapie, 305-326, 2003).