Schematherapie

Schematherapie is in het eerste decennium van de 21ste eeuw door de Amerikaan Jeffrey Young ontwikkeld met het gedachtegoed van de Transactionale Analyse in het achterhoofd.

Zijn insteek was om een therapievorm te ontwikkelen die een brug kon slaan tussen enerzijds de cognitieve gedragstherapie en anderzijds de psychodynamische therapieën die veel aandacht schenken aan de emotionele ervaring en het ontstaan van psychische problemen.

Onder meer om die reden is het een therapievorm die populair is geworden bij het behandelen van cliënten met persoonlijkheidsstoornissen en -problemen, een cliëntgroep die moeilijk te helpen is met pure cognitieve gedragstherapie.

Oorspronkelijk is schematherapie ontwikkeld voor een individuele ambulante setting maar ze komt waarschijnlijk het best tot haar recht binnen een groepssetting (groepstherapie), mede omdat het een gelaagde en getrapte vorm van therapie is en een beroep doet op veel verschillende vaardigheden van de therapeut die die persoon als enkeling zelden allemaal in huis heeft.

In schematherapie komt een aantal klassieke werkvormen terug, zoals imaginatie, rollenspel, een brief schrijven aan de ouders en het werken met de gezonde delen van de patiënt. Cliënten gaan ook aan de slag met dagboeken, exposure en zelfcontrole. Zo doen ze in de praktijk correctieve ervaringen in het hier en nu op. Het is een integratieve vorm van therapie.

Schema's

Schematherapie werkt met schema's. Dat zijn context-trigger-handeling constructen bij de cliënt die te herleiden zijn tot negatieve ervaringen in de jeugd waarbij de cliënt die constructen heeft ontwikkeld om te kunnen omgaan met die negatieve ervaringen. In de Transactionele Analyse gebruik je voor een schema het woord script.

In schematherapie onderscheidt je dertien schema's:

1. Verlating/instabiliteit
2. Wantrouwen/misbruik
3. Emotionele verwaarlozing
4. Afhankelijkheid
5. Kwetsbaarheid
6. Verstrengeling
7. Minderwaardigheid en schaamte
8. Sociaal isolement
9. Mislukking
10. Onderwerping
11. Zelfopoffering
12. Extreem hoge eisen
13. Onvoldoende zelfcontrole

Wanneer je in een bepaalde situatie getriggered wordt, schiet je in een van de modussen die bij het schema horen. Ook dat is rechtstreeks uit de Transactionele Analyse overgenomen: het zijn modussen als, bijvoorbeeld, verdrietig kind of boos kind.

Het doel van schematherapie is het versterken van het gezonde volwassen deel en leren effectiever om te gaan met heftige emoties die je ervaart.

Sterk en zwak

Sterk aan schematherapie is dat het de cliënt op begrijpelijke wijze inzicht geeft in wat nou de problemen in zijn persoonlijkheid zijn, waar die vandaan komen en wat daar dan de oplossing voor is én de integratieve aanpak met zowel cognitieve als dynamische vormen van therapie.

Het is een feite een klassieke vorm van therapie met een modern sausje van de cognitieve gedragstherapie en de testwereld eroverheen.

Zwak aan schematherapie is de pseudo-wetenschappelijkheid in combinatie met, geregeld, de praktische uitvoering.

Dertien schema's is veel. Dat is vooral zo omdat er in de praktijk overlap is tussen de schemata terwijl naarmate je preciezer probeert te onderscheiden wat er aan de hand is bij een cliënt, de cliënt in zijn problematiek juist niet pakt.

Ik krijg wel eens cliënten die in schematherapie zijn geweest en er niets mee kunnen. Ze hebben een gesprek gehad, een vragenlijst van wel 60 vragen ingevuld, en toen een kleurige computeruitdraai gekregen.

Daarin stond dan, bijvoorbeeld, dat iemand voor 20% afhankelijkheidsproblemen had (categorie 4) die voor 50% verstrengeld waren (categorie 6). Om maar niet te spreken van de 10% onvoldoende Zelfcontrole (categorie 13).

Dit staat interessant en vaak vinden cliënten dit prachtig (ze kunnen er nu labels aanhangen) maar dit weerspiegelt natuurlijk niet de ingewikkelde werkelijkheid van die persoon.

Wat stuitender was, dat er per categorie dan bijstond wat ze op cognitief niveau hadden te leren, en hoe ze dat dan moesten doen: in feite door omdenken. De gesprekken met de therapeut bestonden vooral uit dit cognitieve herkaderen; er was geen integratieve aanpak, geen andersoortige begeleiding.

Lijstjes zijn mooi en tegenwoordig heel aantrekkelijk maar dit betekent nog niet een betere therapie. In feite werken de meeste klassiek geschoolde therapeuten op eenzelfde manier, maar dan zonder testjes en stickers.

Bij welke problemen

Schematherapie wordt toegepast bij personen die worstelen met een persoonlijkheidsstoornis of zwaardere persoonlijkheidsproblematiek, zoals het langdurig grote problemen ervaren rondom verlating, wantrouwen, emotionele verwaarlozing, mislukking, afhankelijkheid, verstrengeling, minderwaardigheid of sociaal isolement.

Schematherapie is minder geschikt om stoornissen als depressiviteit en angst, die geen persoonlijkheidsstoornissen zijn, te verhelpen. Ook wanneer de persoonlijkheidsproblematiek niet diep gaat, is schematherapie minder geschikt want een overkill.

Een persoonlijkheidsstoornis, ook wel ontwikkelstoornis genoemd, is een patroon van disfunctionele denk-, belevings- en gedragspatronen die tot uitdrukking komen in een groot aantal persoonlijke en sociale situaties, en die sterk afwijken van de geldende normen in de wereld van de betrokkene. Dit patroon is star en leidt tot grote beperkingen in het functioneren.

Bij wie

Voor veel problematieken rondom de persoonlijkheid geldt dat er een sociale component aan zit en dat ze niet makkelijk te behandelen zijn. Ook is voor een positief resultaat nodig dat de cliënt actief deelneemt aan het vormgeven van zijn veranderproces.

Schematherapie is daarom geen kortdurende therapievorm, je moet rekenen op zes maanden tot drie jaar.

Het is dan ook zinnig schematherapie te volgen bij een organisatie, instelling of therapeut die (a) groepswerk kan bieden, en/of (b) je op proces door je benodigde begeleiding stuurt.

Voor lichtere problematieken zijn de vrijgevestigde psychotherapeuten wel goed geëquipeerd. Maar dan hoef je niet per se een therapeut te hebben die in schematherapie is gespecialiseerd. Vaak worden dan delen van het traject, bijvoorbeeld een assertiviteitstraining, ondergebracht bij een bureau als IDEE.

Omdat het een moderne, integratieve vorm van therapie betreft doen verzekeraars moeilijk over vergoeding van de kosten.

Leeslijst Schematherapie

- Transactionele Analyse, Het handboek, Stewart, Ian en Joines, Vann, SWP 2003.
- Schemagerichte therapie, Handboek voor therapeuten, Young, J.E., Klosko, ea, Bohn Stafleu van Loghum 2005.
- Schematherapie in de praktijk, Arntz, A., & Jacob, G., Nieuwezijds 2012.
- Schemagerichte therapie in groepen. Cognitieve groepspsychotherapie bij persoonlijkheidsproblematiek. Handleiding voor therapeuten,Vreeswijk, M. van, & Broersen, J., Bohn Stafleu van Loghum 2006.