Hechtingsproblemen

Of je je partner echt als partner ziet of dat er daarentegen wantrouwen of afstandelijkheid tussen jullie is, hangt samen met de mate waarin jullie je aan elkaar hebben kunnen hechten.

Je kunnen hechten betekent dat je door dik en dun naast je partner blijft staan en er volkomen vertrouwdheid en openheid tussen jullie twee is. Jullie hebben als het ware een nieuwe eenheid gevormd.

De meesten van ons lukt dat aardig maar ongeveer 30% heeft last van lichte of zware hechtingsproblemen.

In de kern is de band die je vroeger met je ouders had hierin bepalend geweest. Als die band oké was, lukt het je meestal wel om stabiele, gehechte liefdesrelaties op te bouwen.

Wanneer dit echter niet het geval was en je ouders er bijvoorbeeld slechts beperkt voor je waren, kun je wantrouwen of angst voor diepergaande relaties en intimiteit binnen relaties hebben ontwikkeld.

Zorg

Een kind is kwetsbaar en kan niet voor zichzelf zorgen. Het is daarom afhankelijk van de zorg van zijn ouders. Ouders voorzien in basisbehoeftes als veiligheid, eten, drinken, schone luiers, knuffels en liefde.

Wanneer ouders dat op een adequate, veilige en liefhebbende wijze geven, bouwt het kind vertrouwen op in zichzelf en kan het ook open, positief en vol vertrouwen naar anderen zijn.

Doen ouders dit echter niet zo goed, ontwikkelt het kind geen of weinig (zelf-)vertrouwen maar daarentegen wel angsten, argwaan en een gesloten manier van omgaan met anderen.

Een niet-adequate opvoeding heeft de grootste impact in de eerste acht levensjaren. Dat is de fase waarin je persoonlijkheid in de kern wordt gevormd en waarin vastgelegd wordt hoe je de wereld tegemoet treedt en om zult gaan met ervaringen die op je pad komen.

Rolmodel

Ouders zijn naast verzorger ook rolmodel voor hun kinderen. Kinderen kijken naar hun ouders hoe die omgaan met anderen en hoe ze hun relaties vormgeven. Of ze daarin bijvoorbeeld afstandelijk of aanhalig zijn of niet. Ouders doen de kinderen voor hoe om te gaan met anderen, hoe zich te hechten.

Deze extra laag in de opvoeding heeft misschien wel een grotere impact in hoe het kind op volwassen leeftijd in elkaar steekt dan enkel puur de ervaring van hoe er voor het kind gezorgd is.

Zo zal een kind dat vaak geslagen wordt niet alleen de (emotionele) pijn ervaren van het geslagen worden maar ook leren dat het normaal is om kinderen te slaan, want dat is wat hij ervaart én zijn ouders ziet doen. Evenzo geldt dit voor afstandelijkheid of boosheid in de relatie tussen ouder en kind.

Overige invloeden

Hoewel ouders een bepalende invloed hebben op de wijze waarop een kind later de eigen relaties vormgeeft, is het zinnig daar enkele kanttekeningen bij te plaatsen.

Er zijn natuurlijk meer bronnen van invloed die de ontwikkeling van kind tot volwassene kleuren. Ze zijn dan misschien niet allesbepalend maar kunnen wel degelijk grote impact hebben op hoe je je hecht aan anderen.

Denk bijvoorbeeld aan uitsluiting of pesten op school, of heftige zaken als levensbedreigende ziekte, aanranding, overvallen worden of maandenlang in een ziekenhuis moeten liggen. Of een overdominante broer hebben waar niet tegen opgetreden wordt.

Negatieve hechtingsstijlen

Binnen de ontwikkelingspsychologie onderscheidt je een drietal negatieve hechtingsstijlen: de angstige, de vermijdende en de gedesoriënteerde hechtingsstijl. De hechtingsstijl die je ontwikkeld hebt in je jeugd, breng je in je relaties in en werkt door in hoe je die vormgeeft.

Angstige hechtingsstijl

Mensen met een angstige hechtingsstijl zijn bang door hun partner te worden verlaten. Ze zijn daarom steeds alert op wat de ander doet, stellen zich afhankelijk op en vertonen vaak ook claimerig gedrag. Ze kunnen erg emotioneel reageren op fysieke en emotionele afstand.

De onderlaag hierbij is een diepgevoeld verlangen naar liefde, onvoorwaardelijke liefde, die ze in de kindertijd te weinig hebben gevoeld.

De oorzaak voor deze hechtingsstijl is dat in de kindertijd van deze partners de ouders niet adequaat reageerden op de behoeften van het kind maar daarentegen vooral gericht waren op vervulling van de eigen behoeften.

Wanneer het kind bijvoorbeeld moe was en wilde hangen, moest het knuffelen met moeder. Wanneer het kind contact zocht met de ouders om te praten, hadden die geen tijd. Dit creëerde onzekerheid en angst om het verkeerde te doen, er kwam voorwaardelijkheid in de relatie ouder - kind.

Vermijdende hechtingsstijl

Mensen met een vermijdende hechtingsstijl gaan vaak pas op latere leeftijd langerdurende intieme liefdesrelaties aan, daarvoor hebben ze veelal oppervlakkige korte contacten. Mogelijk hebben ze binnen de relatie moeite met het tonen en ontvangen van affectie en liefde, en reageren ze afstandelijk, soms zelfs boos of afwerend, wanneer de partner toenadering en intimiteit zoekt.

In de kindertijd van deze partners reageerden de ouders niet of negatief op de behoeften van het kind. Als het kind bijvoorbeeld honger had en daarom begon te huilen, werden de ouders boos en moest het stil zijn.

Bij deze opvoedingsstijl is weinig sprake van liefde en affectie. Daardoor is het kind verbitterd geraakt en heeft het wantrouwen naar volwassenen en liefdevolle relaties ontwikkeld: niets is wat het lijkt. Het kind besluit onbewust dat relaties nutteloos en gevaarlijk zijn.

Gedesoriënteerde hechtingsstijl

Deze hechtingsstijl heeft kenmerken van zowel de angstige als de vermijdende hechtingsstijl. Partners met een gedesoriënteerde hechtingsstijl zoeken vaak enerzijds de symbiose met de partner en zijn dan ook heel jaloers en bezitterig, anderzijds kunnen ze zich ook sterk afzetten tegen hun partner.

Geregeld ook wordt een relatie gezocht met een partner die sterk lijkt op een van de ouders en die kampt met dezelfde problemen als bijvoorbeeld drinken, drugsgebruik, slaan, promiscuïteit of seksueel misbruik.

Deze partners hebben in hun kindertijd ervaren dat kinderen er niet toe doen en dat opgroeien onveilig is. Kinderen ontwikkelen deze hechtingsstijl in gezinnen waar er sprake is van ernstige problematiek zoals mishandeling, drugs- of alcoholgebruik, zware armoede of incest.

Het kind durft niet te vertrouwen op de ouders en reageert hierop door zich afwisselend vast te klampen dan wel afstand te nemen, meegaan of verzet plegen. Het is voor of tegen zijn, een tussenweg is er niet.

Wat te leren

Een negatieve hechtingsstijl betekent niet dat je voor de rest van je leven daar vast aan zit. Je kunt er in je eentje aan werken of - meestal effectiever - samen met een therapeut. Het begint er in ieder geval mee dat je openlijk erkent dat je problemen hebt op dat vlak.

Bij een angstige hechtingsstijl

Realiseer je dat je partner niet de enige is die liefde en zorg kan geven. Je kunt dat ook uit vriendschappen halen én je kunt leren genieten van op jezelf zijn.

Onderneem daarom geregeld activiteiten zonder je partner en bouw een eigen leven op naast je relatie. Leer af om steeds om bevestiging te vragen, haal dat uit jezelf. Ga uit van de liefde van je partner voor jou en betrek zijn gedrag niet steeds op jezelf.

Bij een vermijdende hechtingsstijl

Realiseer je dat ieder mens liefde nodig heeft. Dit geldt ook voor jou, ook al voel je dit niet zo of wil je dit niet erkennen.

Veel mensen met een vermijdende hechtingsstijl gaan intimiteit - niet per se seksualiteit - uit de weg en besteden dus vaak weinig tijd aan hun relatie. Breng daarom op een actieve manier meer tijd met je partner door. Ga samen uit eten of naar de film, en ontwikkel diepte in de relatie.

Leer ook je kwetsbaar op te stellen en je emoties te uiten. Het is fijn om te ervaren en voelen dat je partner van je blijft houden, ook als je je minder mooie kanten laat zien of je twijfels en zorgen uit.

Bij een gedesoriënteerde hechtingsstijl

Veel mensen met een gedesoriënteerde hechtingsstijl zoeken foute partners op en eindigen in een ongezonde relatie. Wil je veranderen? Twijfel niet langer en vertrek uit die ongezonde relatie. Realiseer je dat je binnen zo'n setting je hechtingsstijl niet verandert, dat lukt enkel binnen een gezonde relatie.

Herhaal niet hetzelfde patroon als je ouders en sta open voor meer stabiele relaties. Hoewel een stabiele gezonde relatie in het begin misschien wat saai en onwennig aanvoelt, zul je na verloop van tijd merken dat je meer rust ervaart en liefde krijgt.

Heb je een onveilige jeugd gehad en merk je dat je dit doorgeeft aan je kinderen? Dat hoeft niet. Zoek hulp en dwing jezelf het anders te doen. Uiteindelijk werkt dit ook helend voor jezelf.

Combinaties van hechtingsstijlen

Wanneer een van de partners in een relatie een negatieve hechtingsstijl heeft maar de ander niet, is daar binnen de relatie in het algemeen wel wat op te vinden. Tenminste, wanneer de betreffende partner zich bewust is van zijn bagage. Het wordt lastiger wanneer dit niet het geval is.

Bijzonder is dat partners met een angstige hechtingsstijl vaak vallen voor partners met een vermijdende hechtingsstijl en andersom. Op een onbewust niveau herkennen ze delen van die hectingspatronen bij de ander en dat geeft een goed voelende vertrouwdheid.

Het lastige is wel dat die twee hechtingsstijlen elkaar kunnen versterken. Hierdoor kan een patroon van aantrekken en afstoten (zg. demand - withdrawal pattern) ontstaan dat bijzonder desastreus kan uitpakken. De relatie kan instabiel worden en uit elkaar spatten.

Een andere bekende combinatie is die van twee partners die allebei een gedesoriënteerde hechtingsstijl hanteren. Ook voor hen geldt dat die hechtingsstijl van de ander vertrouwd aanvoelt en daarom een partnerschap gauw gesloten is. Het hoeft geen betoog dat deze relaties uiterst instabiel zijn en destructief kunnen uitpakken.