Wat is identiteit

Als je een antropoloog vraagt wat iemands identiteit is noemt hij aspecten van cultuur, taal, etniciteit en familie. Een socioloog heeft het bij voorkeur over de groepen, de staat en het type samenleving waartoe die persoon behoort. Een historicus benoemt zowel de sociologische, antropologische als economische aspecten en plaatst die in de tijd. En zo kun je doorgaan.

Vrijwel alle benaderingen zien identiteit als iets wat buiten de persoon bepaald wordt - je bent bijvoorbeeld lid van club X of inwoner van stad Y. Enkel binnen de filosofie en psychologie vind je visies die identiteit zien als iets wat bepaald wordt binnen de persoon.

Van Dale geeft als korte definitie van identiteit: 1. Eenheid van wezen, volkomen overeenstemming, 2. Eigen karakter, het individuele kenmerk.

In deze omschrijving zit de dubbelheid ingebakken, namelijk, identiteit betreft het eigene in relatie tot anderen en het andere.

Concreet gezegd bepaal je je identiteit op twee niveaus. Op het persoonlijke niveau en op dat van de groepen waartoe je behoort - zoals het gezin, de familie, de collega's, het werk, het dorp of de stad, ons land.

Op het persoonlijke niveau refereert identiteit vooral aan persoonlijkheid, datgene wat ons uniek en eigen maakt. Op het niveau van de groep is identiteit verbonden met datgene wat ons aan anderen bindt, zoals taal, cultuur, locatie, religie, lidmaatschap van dezelfde groep, huidskleur, de etnische groep, het klimaat, het vak wat je uitoefent, de klasse waartoe je behoort.

Een definitie van identiteit die past in onze tijd luidt:

Identiteit is het samenstelsel van karaktereigenschappen, overtuigingen, gaven, eigenaardigheden en gedrag, wat we laten zien in interactie met onszelf en anderen en het andere, besloten in de labels die we rechtens onze geboorte meekregen. Het is tevens datgene wat we als eigen én gemeenschappelijk aan onszelf ervaren wanneer we ons vergelijken met anderen. Identiteit ligt niet vast voor het leven maar verschuift in de tijd.

Vormen en gevormd worden

Een identiteit hebben we al vanaf onze geboorte (en daarvoor al, de ene baby in wording is beslist de andere niet; denk bijvoorbeeld aan het geslacht en of de baby wel of niet veel schopt).

Onze identiteit vormt ons én geven we, in een voortdurende wisselwerking, zelf vorm. Ze is enerzijds gebaseerd op datgene wat ons eigen en vertrouwd is en ons daarom als het ware natuurlijk voorkomt en anderzijds op wat wij ertoe rekenen en anderen ons toerekenen. Aan onze identiteit bouwen we ons hele leven, ze is nooit af.

Een identiteit schept eigenheid en houvast. Een eigenheid waar je in tijden van onzekerheid op terug kunt vallen en die door haar na te volgen en verder uit te werken, bevrediging en plezier geeft in het leven. In de kern is een identiteit tevreden zijn met jezelf en je bewust zijn van jezelf: je weet wie je bent en weet wie je niet bent. En dat geeft rust.

Een belangrijk aspect van identiteit is dat ze verandert in de tijd. Tijd verandert alles. We worden ziek en krijgen een kapotte heup of kanker. Onze kinderen worden volwassen en vliegen uit. We hebben de hele wereld gezien en zijn al dertig jaar getrouwd met dezelfde man. Onze ouders sterven. We zijn wijs geworden, alsof het niets is. Leven in de tijd verandert onze identiteit, elke dag.

Het valse zelf

Wanneer mensen worstelen met het verwerkelijken van hun identiteit en daar niet uit komen, zijn er diverse mogelijkheden. Of ze verkrampen en vluchten in een psychische stoornis of - en dat komt vaker voor - ze ontwikkelen een vals zelf (of meerdere valse zelven) wat ze, simpel gezegd, voor hun echte zelf zetten.

Deze valse zelven, afsplitsingen van de persoonlijkheid, ontstaan in reactie op situaties die het individu maar moeilijk vindt om mee om te gaan. Ze helpen lastige situaties aan te kunnen en kennen aspecten die die persoon oorspronkelijk in aanleg al bezat en aspecten van gedrag die het zichzelf heeft aangeleerd of aangeleerd heeft gekregen.

Dirk

Dirk leerde op jonge leeftijd om stokstijf te staan als zijn vader dronken thuis kwam. Zo voorkwam hij dat hij geslagen werd.

Nu, 30 jaar later, doet hij dit nog steeds. Niet wanneer zijn vader thuiskomt, die is al lang dood, maar wanneer zijn vrouw boos is.

Dirk vindt dit heel vervelend want eigenlijk is hij een speelse, open man.

Dit cluster van gedrag, gedachten en gevoelens blijft dan als een patroon in stand, ook nadat de oorspronkelijke situatie waarvoor het was ontwikkeld niet meer bestaat.

Het is een uiterst effectieve overlevingsstrategie. En in zekere zin gaan we allemaal zo met het leven om. Tegelijkertijd kun je er ook interne conflicten aan overhouden - conflicten tussen al deze afsplitsingen.

Op termijn ontstaat een nieuwe identiteit, een amalgaam van afsplitingen die tesamen als iemands identiteit vormen. Ook kun je bijverschijnselen als angst, onevenwichtigheid, agressie, stress en, bijvoorbeeld, dissociatief gedrag ontwikkelen.

Vroeger noemde je milde vormen van deze interne strijd wel neurotisch gedrag. En eigenlijk was deze benaming zo gek nog niet.

Geen identiteit

We hebben altijd een identiteit. Zelfs als dit mogelijk zou zijn is het idee van geen-identiteit hebben zo beangstigend dat het ondenkbaar is, want het betekent dat we niet zouden zijn.

Wij zullen een verlangen daarnaar of een opdracht van anderen daartoe altijd trachten te voorkomen of zodanig vormgeven dat die voor ons acceptabel is.

Een bekende vorm is bijvoorbeeld je slaafs verbinden met anderen of ideeën van anderen, en je identiteit (deels) afleiden van wat een ander je zegt dat je bent.

Je ziet dat wel in privé-relaties waarin de ene partner zich volkomen ondergeschikt heeft gemaakt aan de ander, bij gevangenen, bij personen die opgesloten zitten in concentratiekampen, en bij populistische bewegingen.

Een andere manier is depressief worden en inert op de bank gaan zitten. Of een eigen wereld scheppen en je daarin terugtrekken.

Dieren

We zijn niet uniek in ons identiteitsbegrip. Dieren kennen ook een identiteit, alhoewel op een ander niveau dan wij.

Zo laten alle onderzoeken naar mensapen zien dat ze net als mensen in karakter en gedrag behoorlijk van elkaar kunnen verschillen.

Trouwens, je hoeft maar naar een dierentuin of boerderij te gaan en goed naar de beesten te kijken, of thuis je eigen kat met die van de buren te vergelijken.